Onderzoekers zijn erin geslaagd nanopartikels met goud en roest zo te programmeren dat ze kankercellen kunnen identificeren, vinden en doden. De nanopartikels krijgen antilichamen mee die zich richten op een molecuul dat enkel in tumoren in de darmen voorkomt. De gezonde cellen worden met rust gelaten.

De nanopartikels laten zich meevoeren door de antilichamen en vinden zo de kankercellen. Het goud is nodig om de kankercellen uiteindelijk uit te schakelen. De onderzoekers maken namelijk gebruik van de techniek Nabij Infrarood Spectroscopie (NIRS). De straling die hierbij vrijkomt, laat gezonde cellen met rust en gaat af op het goud dat in de nanopartikels zit. De nanodeeltjes bevinden zich bij de kankercellen. Deze worden door de straling zodanig verwarmd dat ze al snel het loodje leggen.

“Dit noemen we slimme therapie,” legt onderzoeker Carl Batt uit. De technologie moet nu verder verbeterd worden, zodat deze ook geschikt is voor gebruik in het menselijk lichaam.

Goud heeft grote potentie als het gaat om de bestrijding van kanker. Het is biocompatibel, inert (reageert amper op andere chemische stoffen) en relatief gemakkelijk in te zetten. Door de vorm en grootte van het gouden deeltje te veranderen, zorgen de onderzoekers ervoor dat het deeltje op verschillende golflengtes reageert.

Het roestige deel van het nanodeeltje kan later wellicht gebruikt worden om de voortgang van de therapie te achterhalen. Het nanopartikel is door de roest namelijk magnetisch.