De omvang van het zee-ijs aan het einde van de Arctische zomer neemt af en dat is voor tot wel 50% te wijten aan natuurlijke variaties.

Dat stellen onderzoekers in het blad Nature Climate Change. Ze tonen in hun paper aan dat veranderingen in de atmosferische circulatie – grootschalige verplaatsingen van lucht in de atmosfeer – voor een groot deel ten grondslag liggen aan de veranderingen die zich sinds 1979 op de Noordpool voltrekken.

Afname
De omvang van het zee-ijs in het Noordpoolgebied neemt gedurende de winter toe en bereikt aan het eind van de winter een maximum. Als de zomer aanbreekt, begint het zee-ijs te smelten. Aan het eind van de zomer – in september – bereikt het een minimum. Sinds 1979 zien onderzoekers het zee-ijsminimum afnemen: de hoeveelheid zee-ijs die aan het eind van de Arctische zomer overblijft, wordt steeds kleiner.

WIST JE DAT…

…er vorig jaar aan het eind van de zomer ook heel weinig zee-ijs te vinden was op de Noordpool?

Antropogene opwarming
Hoe komt dat? Het is deels te wijten aan de opwarming van de aarde die met name in het Noordpoolgebied goed gevoeld wordt: het gebied warmt ongeveer twee keer sneller op dan de rest van de aarde. En doordat de temperaturen er hoger uitvallen, smelt het zee-ijs gemakkelijker. Die opwarming wordt weer in verband gebracht met de uitstoot van broeikasgassen en dus bestempeld als ‘antropogeen’: door mensen veroorzaakt. Maar dat is niet het hele verhaal, zo tonen onderzoekers nu aan. Ook natuurlijke variaties spelen een grote rol.

Atmosferische circulatie
De onderzoekers bestudeerden hoe de atmosferische circulatie in de zomermaanden – juni, juli en augustus – de omvang van het zee-ijs in september beïnvloedt. Ze richtten zich daarbij op een aantal factoren die van invloed zijn op de atmosferische circulatie en dus op het zee-ijs: onder meer de temperatuur en luchtvochtigheid. Met behulp van modellen gingen ze na welke impact veranderingen in de atmosferische circulatie op het zee-ijs hebben. En uit dat onderzoek blijkt dat de atmosferische circulatie verantwoordelijk is voor tot wel 60 procent van de afname van de hoeveelheid zee-ijs die we sinds 1979 aan het eind van de Arctische zomer moeten constateren.

Natuurlijk?
Een logische vervolgvraag is dan: zijn die veranderingen in de atmosferische circulatie ingegeven door de mens? Of zijn het natuurlijke veranderingen? Ook dat gingen de onderzoekers na. En de veranderingen blijken voor 70 procent het resultaat te zijn van natuurlijke variaties.

Klimaatmodellen
Het onderzoek trekt de antropogene opwarming en het effect dat deze op het Arctische zee-ijs heeft zeker niet in twijfel. Het laat alleen zien dat het smeltende zee-ijs deels het resultaat is van de opwarming van de aarde en deels het resultaat is van natuurlijke variaties. Het verklaart tevens waarom klimaatmodellen – die deze natuurlijke variaties buiten beschouwing lieten – het smelten van het zee-ijs leken te onderschatten.

Het is belangrijk om alle factoren die bijdragen aan het smelten van het zee-ijs helder te hebben. Alleen zo kunnen we namelijk accuraat voorspellen wat het zee-ijs in de nabije toekomst gaat doen.