In de lente begint het zeeijs op de noordpool te smelten en verschijnen er blauwe poeltjes. Mede door klimaatverandering worden deze meren steeds groter. Dit heeft positieve gevolgen voor leven.

Onderzoekers concluderen in het wetenschappelijke vakblad Polar Biology dat deze smeltmeren mini-ecosystemen vormen. De Deense wetenschappers analyseerden zes smeltmeren in het noordoosten van Groenland: twee natuurlijke smeltmeren en vier kunstmatige bassins. Aan drie kunstmatige bassins en een natuurlijk smeltmeer voegden zij voedingsstoffen toe (fosfor en stikstof) om het effect te meten. In de verrijkte bassins was de hoeveelheid chlorophyll twee tot tien keer hoger dan in de controlemeertjes. Dit is een belangrijk pigment, waardoor algen energie uit licht kunnen halen.

Voedingsstoffen komen vrij, wat leidt tot algenbloei. Hier is deze “groene zee van leven” goed te zien.

Krioelend leven
Op basis van dit onderzoek beweren de Denen dat het in de toekomst krioelt van leven in de poolwateren. Wanneer het zeeijs smelt, komen voedingsstoffen, algen en andere organismen vrij in het zeewater. Een deel van het voedsel wordt direct verorberd door zeedieren in het bovenste deel van de waterkolom. Ander voedsel zinkt naar de bodem en wordt opgegeten door bodembewoners.

Omdat er door klimaatverandering meer smeltmeertjes ontstaan, is er steeds meer voedsel beschikbaar voor zeedieren. De onderzoekers verwachten in de toekomst een flinke toename van voedsel in poolwateren. Dit komt wel goed uit, want wetenschappers verwachten dat meer zeedieren naar de poolwateren migreren nu oceanen opwarmen.

Van eenoogkreeftjes tot walvissen
Grote en kleine zeedieren profiteren. In het bovenste deel van de waterkolom eten eenoogkreeftjes en krill de algen en bacteriën op. Deze diertjes worden weer opgegeten door grotere dieren, zoals vissen, vlokreeften, zeehonden en walvissen. Dichter bij de bodem zijn het juist zeekomkommers en slangsterren die de vruchten plukken van het zinkende voedsel.

Slangsterren

Fosfor en stikstof
Tot op heden was het een raadsel voor wetenschappers waarom er in het ene smeltmeer veel leven is, terwijl er in het andere smeltmeer niks te zien is. De Deense onderzoekers concluderen nu dat het aan de hoeveelheid voedingsstoffen ligt. Wanneer voedingsstoffen als fosfor en stikstof in het smeltmeer belanden, biedt dat hoop voor algen en andere micro-organismen. Zonder deze voedingsstoffen krijgt de voedselketen geen kickstart.

Iedereen wint
Maar het is niet alleen gunstig voor zeedieren. De onderzoekers verwachten dat ook planten en dieren op het land en in de lucht profiteren van de grotere smeltmeren en de groeiende voedselvoorraad. Zo zorgt klimaatverandering voor een hogere luchtvochtigheid en meer stormen, waardoor voedingsstoffen makkelijker in andere meren in de omgeving belanden.