Nieuwe bereidingswijze tovert kwal om tot flinterdun, knapperig hapje. Maar of dat genoeg is om de westerling aan de kwal te krijgen?

De wereldbevolking blijft maar groeien en dus moeten er steeds meer monden gevoed worden. Om dat te kunnen doen, wordt in toenemende mate gekeken naar – in westerse ogen – alternatieve bronnen van voedsel, zoals zeewier en insecten. Terwijl we moeizaam wennen aan een sprinkhaan of groen zeewier op ons bord komt een Deense onderzoeker nu met nóg een alternatieve bron van voedingsstoffen: kwal.

Kraakbeenachtig
In Azië is het al heel lang een delicatesse, maar wij westerlingen kunnen maar niet aan de kwal wennen. Dat komt ongetwijfeld door de eigenaardige, kraakbeenachtige textuur die de kwal heeft nadat deze door de Aziaten is bereid. Deense onderzoekers hebben nu echter een nieuwe bereidingswijze ontwikkeld die ervoor zorgt dat de kwal flinterdun en knapperig wordt. Je kunt de kwal dan een beetje vergelijken met chips.

Hoe werkt het?
Men neme een kwal en legt die in de alcohol. “In een paar dagen tijd vervangt de alcohol het water in de kwal,” vertelt onderzoeker Mie Thorborg Pedersen. “In het daaropvolgende verdampingsproces worden de kwallen kurkdroog.” En knapperig. De knapperige kwallen hebben geen heel kenmerkende smaak, maar smaken volgens Thorborg Pedersen prima.

Culinaire verrassing
Onderzoekers hebben goede hoop dat hun methode en de resulterende kurkdroge, knapperige kwal ervoor gaan zorgen dat westerlingen de kwal als culinaire verrassing gaan omarmen. Daarnaast zouden de Aziaten ook hun voordeel kunnen doen met de aanpak van de Deense onderzoekers. Op dit moment hebben de Aziaten tussen de 30 en 40 dagen nodig om hun gedroogde kwal te produceren. Maar met de aanpak van de onderzoekers kan dat sneller en efficiënter.

Het klinkt allemaal best veelbelovend. Maar is het wenselijk dat we een groot deel van de wereldbevolking gaan voeden met kwallen? Of wordt dat de ondergang van de kwal? De onderzoekers maken zich daar geen zorgen over. Ze benadrukken dat er wereldwijd ontzettend veel kwallen zijn en dat er sterke aanwijzingen zijn dat hun aantallen in de toekomst – onder meer onder invloed van een veranderend klimaat – alleen maar toe zullen nemen.