Soldaten die menselijke trofeeën van hun vijand meenemen, zien zichzelf vaak als jagers. Daarnaast speelt racisme een grote rol: de soldaat ziet vijanden van een ander ras als dier.

Het gebeurt nog steeds: soldaten die de gedode vijand verminken en zijn of haar lichaamsdelen als trofee bewaren. Zo verscheen onlangs een reeks foto’s waarop te zien is hoe militairen van de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie (NAVO) poseren met de lichaamsdelen van leden van de Taliban. Van soldaten die dit soort daden plegen, wordt gedacht dat zij aan extreme stress lijden na een gevecht. Maar uit een nieuw onderzoek van professor Simon Harrison blijkt dat de oorzaak niet ligt bij individuele psychologische afwijkingen. “De wortels van dit gedrag liggen bij een sociale geschiedenis van racisme en tradities in het leger waarin ‘jagen’ als metafoor wordt gebruikt voor oorlog. Militairen die daden als deze plegen, zien de vijand anders dan zichzelf, op een racistische manier,” vertelt hij in een interview aan Scientias.nl. Harrison, antropoloog en gespecialiseerd in dit onderwerp, deed eerder onderzoek naar het koppensnellen in Papoea-Nieuw-Guinea. “Later vroeg ik mij af of het meenemen van menselijke trofeeën ook gangbaar is in het moderne leger. Tijdens mijn zoektocht naar een antwoord op deze vraag kwam ik er achter dat dit een gebied is waar men nauwelijks iets van af weet”.

Racisme
Tijdens zijn onderzoek kwam Harrison er achter dat het meenemen van menselijke trofeeën in Europese en Noord-Amerikaanse legers de laatste 200 jaar steeds plaatsvond onder dezelfde voorspelbare omstandigheden. Zo hadden de oorlogen waarin het gebeurde een racistisch karakter en ontmenselijkten soldaten de vijand. “De Pacifische oorlog (1941-1945) is een goed voorbeeld. Militairen van de geallieerde troepen bewaarden schedels van hun Japanse vijand als souvenir of maakten cadeau’s van de stoffelijke resten voor hun vrienden thuis,” vertelt Harrison. “Daarentegen kwamen tijdens de Tweede Wereldoorlog menselijke trofeeën op de Europese slagvelden nauwelijks voor. Soldaten aan beide kanten hadden dan wel een hekel aan elkaar, maar zagen de ander nog steeds als een mens. Bij de gevechten in Japan was dit niet het geval. Daar werd de vijand gezien als een dier.”

Jagen
Het meenemen van menselijke trofeeën kwam daarnaast alleen voor onder soldaten die jagen als een belangrijk symbool voor mannelijkheid zien. Volgens Harrison associëren mensen het koppensnellen en andere manieren van het meenemen van trofeeën als een primitieve oorlogvoering. “Oorlogen gevoerd door professionele en moderne legers worden gezien als rationeel en menselijk, maar dit soort contrasten zijn misleidend. De symbolische associatie tussen jagen en oorlog kan voor abnormaal gedrag zorgen bij soldaten. Net zoals bij ‘primitieve’ legers waar koppensnellen een herkenbaar deel van de cultuur uitmaakt.” Harrison denkt niet dat deze praktijk voortkomt uit het jagersinstinct van de mens. “Culturen waarin mensen jagen zijn erg divers en hebben een verschillende kijk hierop. Zo wordt het in sommige culturen gezien als een proces waarin men de dieren verleidt. Maar anderen zien het als een bloederige wedstrijd van macht tussen mens en dier. Ik denk ook dat alleen een cultuur waarin het laatste voorkomt waarde hecht aan het meenemen van menselijke trofeeën.”

Spijt
De praktijk kan niet gezien worden als een traditie in het leger, vindt Harrison. “Het is niet iets wat soldaten wordt geleerd tijdens hun training. Na een oorlog worden dit soort daden vaak snel vergeten en veteranen zijn zich er vaak niet van bewust of en hoe vaak het gebeurde.” Ook hebben militairen in het verleden spijt getoond. “De menselijke resten die de geallieerden bewaarden in de Pacifische oorlog werden later ongewilde herinneringen aan die tijd. Het kwam vaak voor dat veteranen of hun familie de resten aan musea doneerden. Maar er waren ook veteranen die grote moeite deden om de familie op te sporen van degene die zij hadden gedood, om vervolgens het stoffelijk overschot terug te geven.”

Om dit gedrag in moderne legers te voorkomen zal eerst racisme gestopt moeten worden denkt Harrison. “Racisme is de wortel van dit gedrag en het meenemen van trofeeën onder soldaten kan dan ook gezien worden als een racistisch-gemotiveerde misdaad”. Het onderzoek maakt deel uit van Harrisons boek ‘Dark Trophies: Hunting and the Enemy Body in Modern War’ dat komende maand wordt gepubliceerd.