Nieuw onderzoek bewijst dat sommige bomen de IJstijd dapper doorstonden en er zelfs heelhuids uitkwamen.

Wetenschappers dachten altijd dat de laatste IJstijd Scandinavië van alle bomen had ontdaan. Zo’n 9000 jaar geleden – toen de IJstijd erop zat en het weer wat milder werd – kwamen de bomen terug. Maar DNA-onderzoek vertelt een heel ander verhaal, zo schrijven de onderzoekers in het blad Science.

IJsvrij
“Onze resultaten demonstreren dat niet alle Scandinavische coniferen dezelfde recente voorouders hebben,” vertelt onderzoeker Eske Willerslev. “Er zijn groepen sparren en dennenbomen die het klimaat in kleine ijsvrije gebieden gedurende tienduizenden jaren overleefden.” En toen het ijs zich terugtrok, konden deze bomen zichzelf weer verspreiden.

WIST U DAT…

…onlangs het oudste gefossiliseerde bos is blootgelegd?

DNA
De onderzoekers baseren hun conclusies op een uitgebreid onderzoek. Zo bestudeerden ze resten van bomen die 17.700 tot 22.000 jaar geleden leefden. Ook vergeleken ze het DNA van moderne bomen met het DNA uit oude resten. “Eén mogelijkheid is dat de bomen in staat waren om op de toppen van bergen die boven het ijs uitstaken te overleven,” vertelt onderzoeker Laura Parducci. “Of in meer beschutte gebieden dichtbij de kust.” Het klimaat nabij de Atlantische Oceaan was een stuk gematigder.

Uit het onderzoek blijkt niet alleen dat bomen veel meer kunnen hebben dan gedacht. Het onderzoek vertelt ons ook meer over de verspreiding van bomen en de biodiversiteit van bomen in Scandinavië. Blijkbaar kan er een onderscheid gemaakt worden tussen nageslacht van bomen die de IJstijd overleefden (en dus echt oorspronkelijk uit Scandinavië komen) en bomen die na de IJstijd Scandinavië koloniseerden. “We weten nu dat er twee soorten sparren zijn die van nature in Scandinavië voorkomen,” vertelt onderzoeker Inger Greve Alsos. Beide bomen hebben een heel andere geschiedenis en waarschijnlijk ook hele andere specialiteiten. Bomenkwekers kunnen daar nu rekening mee gaan houden.