Regeren is vooruitzien.

De Egyptische piramides kennen we allemaal. Maar wist je dat de wereldberoemde Chinese keizer Qin Shi Huangdi – in zijn grafcomplex werd het terracottaleger aangetroffen – ook een soort piramide voor zichzelf liet oprichten? Het – nog altijd niet opgegraven – graf van de grondlegger van de Qin-dynastie gaat schuil onder een gigantische, kunstmatig aangelegde heuvel. Die heuvel heeft de vorm van een piramide. De basis heeft zijden die zo’n 350 meter lang zijn. En de heuvel is meer dan 40 meter hoog. En Qin Shi Huangdi bleek een trendsetter. De machthebbers van een volgende Chinese dynastie – de Westelijke Han – kozen er ook voor om onder zo’n piramide-achtige vorm begraven te worden. Al met al zijn ons meer dan veertig van deze Chinese piramides bekend, waarvan slechts een fractie grondig onderzocht is.

Oriëntatie
In een nieuwe studie heeft onderzoeker Giulio Magli zich nog eens over deze Chinese piramides gebogen. Hij richtte zich daarop op de oriëntatie van de piramides. En die blijkt – in sommige gevallen – wat vreemd te zijn.

Het belang van de windstreken
Het is over het algemeen wel bekend dat de Egyptenaren zich bij het uitlijnen van hun piramides lieten leiden door de windstreken. Een puntje op het noorden, een puntje op het zuiden, een puntje op het westen en een puntje op het oosten. En dat ging ze uitstekend af. Hoe ze het precies voor elkaar kregen? Daar wordt nog over gediscussieerd. Waarom ze het deden? Dat heeft alles te maken met de ideeën die de farao’s hadden over het hiernamaals. Aangenomen werd dat overledenen die een goed leven hadden geleid in de boot van de zonnegod – van oost naar west – langs de hemel reisden. En ook het noorden was belangrijk voor de Egyptenaren: tussen circumpolaire sterren zou zich de hemel bevinden waar de farao ook mocht vertoeven.

Afwijking
Hoewel er geen enkel verband is tussen de Egyptische en Chinese piramides zou je aan kunnen nemen dat ook de Chinezen hun piramides uitlijnden volgens de windstreken. Net als de Egyptische farao’s waren de Chinese keizers ervan overtuigd dat ze van hogerhand waren aangesteld als leiders. En ook de Chinese keizers dachten dat de hemel zich in het circumpolaire gebied bevond. En inderdaad: verschillende piramides zijn – behoorlijk nauwkeurig – uitgelijnd volgens de windstreken. Maar Magli ontdekte dat er ook piramides zijn die net niet op het noorden gericht zijn. En wat opvalt, is dat ze allemaal net dezelfde afwijking hebben. Hoe komt dat? Volgens Magli deden de Chinezen het bewust. Ze wilden hun piramides niet richten op het huidige verlengde van de aardas – waar in die tijd geen ster te vinden was – maar kozen ervoor om deze te richten op de ster die in de toekomst in het verlengde van de aardas aan de noordelijke hemelpool zou staan: Polaris, oftewel de Poolster.

Vandaag de dag ligt die ster dicht bij het verlengde van de aardas aan de noordelijke hemelpool, maar dat was in de tijd dat de Chinese keizers hun piramides optrokken, wel anders. Het is allemaal te herleiden naar de precessie van de aarde. Je zou onze planeet kunnen vergelijken met een tol die niet precies recht op staat. Het puntje van die tol – de aardas – wijst dus niet altijd in dezelfde richting. En daardoor vinden we op langere tijdschalen in het verlengde van de aardas niet altijd dezelfde sterren. De Chinese astronomen waren zich daarvan bewust, aldus Magli. In de tijd van de Han-keizers was de noordpool nog behoorlijk ver van Polaris verwijderd en de afstand tussen de noordpool en Polaris (in graden) komt netjes overeen met het aantal graden dat de Chinese piramides van het geografische noorden afwijken.