De nieuwe bevindingen van Curiosity helpen bepalen waar mogelijk sporen van leven te vinden zijn.

Tegenwoordig is Mars een ijzig koude en kurkdroge plek. Maar dat is waarschijnlijk niet altijd zo geweest. Wetenschappers veronderstellen dat de rode planeet in een ver verleden warm en vochtig was en dat water rijkelijk over het oppervlak stroomde. Mogelijk was dit omvangrijke merensysteem zelfs de thuisbasis van microbieel leven. Wetenschappers zijn dan ook vastbesloten om sporen van aliens aan het licht te brengen. En nu komt marsrover Curiosity met een interessante ontdekking die mogelijk onthult waar we buitenaards leven kunnen vinden.

Gale-Krater
Marsrover Curiosity is uitgerust met tal van instrumenten. Het CHeMin – afkorting van Chemistry and Mineralogy – is daar één van. Met dit instrument bestudeert de rover het oppervlak van de Gale-krater; één van de voormalige meren op Mars die vermoedelijk door toedoen van klimaatverandering langzaam uitdroogde. Met behulp van CheMin vergeleken wetenschappers monsters moddersteen die verzameld zijn uit twee nabijgelegen gebieden. De modderstenen zijn miljarden jaren geleden afgezet op de bodem van de Gale-krater.

Kleimineralen
Onderzoekers zijn erg geïnteresseerd in de mineralen op Mars. Mineralen zijn namelijk een soort tijdscapsules; ze verraden hoe de omgeving eruitzag op het moment dat ze gevormd werden. Kleimineralen zijn bijzonder interessant omdat ze water bevatten. Het betekent dat bodems en rotsen die kleimineralen herbergen op een bepaald moment in contact zijn gekomen met water.

Ontdekking
Maar toen de onderzoekers de monsters van oud moddersteen – die tevens kleimineralen bevatten – uit de uitgedroogde bodem van de Gale-krater bestudeerden, kwamen ze tot een verrassende ontdekking. In één van de gebieden ontbrak ongeveer de helft van de kleimineralen die ze daar hadden verwacht. In plaats daarvan vonden de onderzoekers moddersteen dat rijk is aan ijzeroxiden – mineralen die Mars zijn karakteristieke, roestrode kleur geven. De wetenschappers stonden voor een raadsel. Want hoe kunnen deze kleimineralen – en het bewijs ervan – plotseling zijn verdwenen?

Pekel
Het team vermoedt dat de boosdoener pekel is: superzout water dat in de mineraalrijke kleilagen is gelekt. Dit zoute water sijpelde door scheuren en kwam tussen grondkorrels in de uitgedroogde bodem van het meer terecht, waar het de gesteenten die kleimineralen bevatten, veranderde. “Vroeger dachten we dat kleimineralen die op de bodem van de Gale-krater ontstonden miljarden jaren behouden bleven,” vertelt onderzoeksleider van CheMin Tom Bristow. “Maar nu blijkt dat pekel deze kleimineralen op sommige plaatsen heeft afgebroken.”

Diagenese
Het betekent dat sommige gesteente op Mars als het ware zijn ‘aangepast’. En dat is goed nieuws voor onze zoektocht naar buitenaards leven, zo betogen de onderzoekers. Het proces van chemische transformatie in sedimenten wordt ook wel diagenese genoemd. En diagenese creëert een ondergrondse omgeving waar microbieel leven in kan gedijen. Kortom, hoewel sporen van oorspronkelijke leven door het pekel zijn uitgewist, kunnen de chemische omstandigheden veroorzaakt door de instroom van het zoute water gezorgd hebben voor de opkomst van leven dieper onder de grond. “Dit zijn dan ook uitstekende plaatsen om te zoeken naar bewijs van oud leven,” constateert onderzoeker John Grotzinger. “We zijn dan ook heel blij dat we dit hebben ontdekt.”

Wetenschappers geloven dat de resultaten verder bewijs leveren van de gevolgen van de grote klimaatverandering op Mars, miljarden jaren geleden. In tegenstelling tot het zoetwatermeer dat aanwezig was toen de modderstenen werden gevormd, wordt vermoed dat het zoute water afkomstig is van latere meren die ontstonden in een over het algemeen drogere omgeving. Het onderzoek van Curiosity onthult dus aan de ene kant hoe het klimaat op de Mars veranderde. Aan de andere kant heeft Curiosity ook marsrover Perseverance een handje geholpen. Het doel van Perseverance is namelijk onder andere het verzamelen van bodemmonsters, die tijdens latere Marsmissies opgehaald en teruggebracht worden naar de aarde voor analyse. En de huidige bevindingen helpen bepalen welke bodemmonsters kunnen worden verzameld om de kans op het vinden van leven te vergroten.