paper

Sta je als auteur van een baanbrekende publicatie in een toonaangevend wetenschappelijk blad direct in de spotlights? Nee. Soms wordt een paper pas decennia later ontdekt. Dit geldt voornamelijk voor papers over fysica, scheikunde en wiskunde.

Deze ‘schone slaapsters’, zoals wetenschappers van de Indiana universiteit deze papers noemen, zijn vaak hun tijd vooruit. “Zo’n onderwerp krijgt dan weinig aandacht, zelfs wanneer het geïntroduceerd wordt door gerenommeerde wetenschappers”, vertelt professor Alessandro Flammini.

Een goed voorbeeld is dit paper van Albert Einstein, Boris Podolsky en Nathan Rosen over het EPR Paradox. De wetenschappers publiceerden hun paper in 1935, maar toch kreeg het de eerste decennia niet veel aandacht. Pas vanaf 1994 begonnen andere wetenschappers het paper te citeren.

Van de top 15 ‘schone slaapsters’ zijn er vier meer dan honderd jaar geleden gepubliceerd. Zo ook een onderzoek van de invloedrijke wiskundige Karl Pearson – ‘On lines and planes of closest fit to systems of points in space‘ – dat in 1901 is gepubliceerd in het journaal Philosophical Magazine. Dit onderzoek werd pas in 2002 ontwaakt. Een ander voorbeeld is een onderzoek naar grafeenoxide uit 1958, dat de afgelopen jaren vaak werd geciteerd in papers over grafeen.

De meeste schone slaapsters zijn papers over fysica (7,6%), scheikunde (7,5%), wiskunde (4,0%) en medicijnen (3,4%). Ook papers over chirurgie, kansberekening, mechanica en biologie worden soms pas na lange tijd afgestoft.