Het betekent dat sommige oeroude dieren veel socialer waren dan wetenschappers voor mogelijk hadden gehouden.

Tegenwoordig leven veel zoogdieren in groepen bij elkaar. Wetenschappers dachten altijd dat dit sociale gedrag voor het eerst opkwam na de massa-extinctie die 66 miljoen jaar geleden de dinosauriërs van de aardbol veegde. Maar onderzoekers zijn nu op fossielen gestuit die erop wijzen dat sommige zoogdieren al tijdens het dinosaurus-tijdperk sociaal gedrag vertoonden. De bevindingen zijn gepubliceerd in het prestigieuze vakblad Nature Ecology & Evolution.

Fossielen
De onderzoekers baseren zich op de vondst van verschillende fossielen van maar liefst 75 miljoen jaar oud. De fossiele overblijfselen blijken schedels en skeletten te vertegenwoordigen van ten minste 22 knaagdierachtige zoogdieren. Het team trof de resten aan rondom Egg Mountain; een bekende legplaats van dinosaurussen gelegen in het westen van de Amerikaanse staat Montana. Na een nauwkeurige analyse blijken de fossiele resten toe te behoren aan een nieuw geslacht van de Multituberculata; een orde van primitieve zoogdieren die inmiddels uitgestorven is. De beestjes waren klein en leefden tijdens het Late Krijt zij aan zij met de dinosaurussen. De dieren hebben de naam Filikomys primaevus gekregen, wat zoveel betekent als jeugdige, vriendelijke muis.


Een reconstructie van het nieuw ontdekte knaagdier Filikomys primaevus. Zijn krachtige schouders en ellebogen suggereren dat het een gravend zoogdier was. Afbeelding: Misaki Ouchida

De vondst van de fossielen is erg bijzonder. Want deze vertegenwoordigen de meest complete zoogdierfossielen die ooit in het Mesozoïcum in Noord-Amerika zijn aangetroffen. Maar dat is niet het enige. De fossielen lagen namelijk geclusterd in groepjes van twee tot vijf. Bovendien troffen de onderzoekers minstens 13 individuen binnen een gebied van 30 vierkante meter in dezelfde rotslaag aan. En dat is interessant. Want het betekent dat meerdere Filikomys primaevus waarschijnlijk samen in holen leefden en samen nestelden. Bovendien blijken de gevonden fossielen zowel aan volwassen dieren als jong volwassenen toe te behoren. Dit, gecombineerd met het feit dat de onderzoekers de fossielen gehusseld aantroffen, suggereert dat de diertjes opvallend genoeg sociale groepen vormden. Waarschijnlijk leefden er meerdere generaties door elkaar en leefden ze nauw samen in koloniën.

Een illustratie van een sociale groep Filikomys primaevus in een hol terwijl dinosaurussen boven de grond rondzwerven. Afbeelding: Misaki Ouchida

Tijdlijn
De studie geeft het vroegste bewijs van sociaal gedrag onder zoogdieren. Het betekent dat er dus al tijdens het dinotijdperk zoogdieren bestonden die samen optrokken. En dat duwt de opkomst van sociaal gedrag bij zoogdieren verder op de tijdlijn terug. “Het was gek om aan deze studie te werken op het moment dat de wereld werd opgedragen om thuis te blijven,” zegt onderzoeksleider Luke Weaver. “We doen ons best om afstand te houden en onszelf te isoleren en ondertussen schrijf ik over hoe zoogdieren lang geleden nauw met elkaar optrokken toen dinosaurussen nog over de aarde zwierven!”

Diepgeworteld
Volgens de onderzoeker geeft de studie weer hoe diep sociale interacties bij zoogdieren geworteld zit. “Omdat mensen zulke sociale dieren zijn hebben we de neiging om te denken dat dit op de een of andere manier uniek voor ons is, of in ieder geval voor onze naaste evolutionaire verwanten,” gaat Weaver verder. “Maar nu zien we dat sociaal gedrag veel verder in de stamboom van zoogdieren teruggaat.” De Multituberculata leefden van het Jura tot het Vroeg-Oligoceen. Hiermee zijn multituberculaten de langstlevende zoogdiergroep ooit. “Hoewel ze ondertussen al 35 miljoen jaar uitgestorven zijn, vormden ze in het late Krijt soortgelijke groepen zoals je nu ziet bij hedendaagse grondeekhoorns,” concludeert Weaver.


Het betekent dat sociaal gedrag dus niet alleen voor mensen of de zogenoemde placentadieren is weggelegd. De nieuw ontdekte fossielen suggereren namelijk dat ook sommige zoogdieren in de tijd van de dino’s al samen optrokken die bovendien tot een geheel andere en oudere groep zoogdieren geschaard moeten worden. “Deze fossielen veranderen echt alles,” zegt onderzoeker Wilson Mantilla. “Paleontologen die zich bezighouden met zoogdieren stammend uit deze oeroude periode, staren zich meestal dood op enkele tanden of een verdwaalde kaak. Maar hier presenteren we meerdere, bijna complete schedels en skeletten bewaard op de exacte plaats waar deze dieren leefden. We kunnen nu nauwkeurig in kaart brengen hoe zoogdieren precies met dinosaurussen en andere dieren uit dezelfde tijd omsprongen.”