wipsnavelkraai

De wipsnavelkraai snapt dat hij in sommige omstandigheden door steentjes in het water te gooien een beloning kan krijgen. Zijn begrip van dit causale verband is vergelijkbaar met het begrip van een kind van vijf tot zeven jaar. En dat is indrukwekkend!

De wetenschappers baseerden hun proefopstelling op het fabeltje van ‘de kraai en de kruik’. Hierbij gooit een dorstige kraai stenen in een kan met water, waardoor het waterniveau stijgt en hij kan drinken. Wipsnavelkraaien staan bekend om hun intelligentie en innovaties en maken als enige niet-primaten gebruiksvoorwerpen, zoals porstokjes en haken.

De kraai en de kruik
De proef bestond uit buizen met water waarin een beloning dreef. Om de beloning te pakken te krijgen, moesten de zes kraaien stenen in de buizen gooien. De wetenschappers maakten zes proefopstellingen. De kraaien slaagden erin om vier daarvan op te lossen: Ze deden vaker steentjes in een buis met water dan in één met zand, gebruikten vaker zinkende in plaats van drijvende steentjes, gebruikten vaker massieve dan holle voorwerpen en deden dit vaker in een buis met een hogere waterstand. Allemaal de beste oplossingen om de beloning te veroveren.

WIST U DAT…

Twee lastige proeven
Maar er waren ook twee moeilijkere varianten die de kraaien niet succesvol volbrachten. Zo konden de kraaien kiezen tussen een wijde en smalle buis met water. Ze gebruikten beiden even vaak, terwijl de smalle buis sneller een beloning gaf. Bij een andere variant zag de kraai drie buizen: twee gelijke en één smalle in het midden. Alleen in de smalle zat een beloning, maar daar paste geen steentje in. Slechts één van de andere buizen was via een U-bocht verbonden met de smalle buis, maar dat kon de kraai niet zien. Ook al probeerden de kraaien beide buizen, ze ontdekten niet welke buis zorgde voor een stijgende waterstand in de smalle buis. Ook als ze de taak vaker uitvoerden lukte het de kraaien niet.

Bij de twee lastigere proeven was het causale verband onzichtbaar gemaakt. De kraaien losten juist deze proeven niet op. De wetenschappers concluderen daarom in het blad PLoS ONE dat de kraaien het waarschijnlijk begrepen als ze succes hadden en daarom – bij een bepaalde opstelling – voor de beste variant kozen. De uitkomsten staan gelijk aan het begrip van causale verbanden van een kind tussen de vijf en zeven jaar oud. Maar of de kraaien daadwerkelijk net zo slim zijn als een klein kind is eerder fabel dan feit.