De huidige modellen schetsen vaak een iets te optimistisch beeld.

Onlangs liet een internationaal onderzoeksteam weten dat er op dit moment zo’n één miljoen soorten met uitsterven worden bedreigd. Natuurbeschermers moeten zich dus haasten om de verliezen te beperken. Maar hoeveel tijd hebben we eigenlijk om soorten van hun ondergang te behoeden? In een nieuwe studie stellen onderzoekers dat de snelheid waarmee soorten verdwijnen mogelijk veel vlotter verloopt dan modellen op dit moment voorspellen.

Generatietijd
Volgens de onderzoekers heeft dit alles te maken met de generatietijd. De generatietijd is de tijdsduur tussen twee vergelijkbare ontwikkelingsstadia van opeenvolgende generaties. Anders gezegd; de snelheid waarmee diersoorten een nieuwe generatie tot stand kunnen brengen. De generatietijd heeft ook invloed op hoe snel een soort kan reageren op veranderingen van het klimaat. Echter verschilt dit sterk tussen soorten. Zo is bijvoorbeeld de generatietijd van een muis slechts enkele maanden, terwijl de Afrikaanse olifant een generatietijd van 22 jaar heeft. Hoe langer de generatietijd, hoe trager een soort zich aan klimaatveranderingen kan aanpassen en daarom waarschijnlijk eerder zal uitsterven.


Door de generatietijd te onderschatten, wordt er een te optimistisch beeld geschept over het risico dat bedreigde diersoorten lopen om uit te sterven. Afbeelding: Johanna Staerk et al. (2019)

Modellen
Op dit moment zijn er modellen die helpen beoordelen hoe lang die generatietijd per soort is. Echter zijn deze voor een deel gebaseerd op aannames. En volgens de onderzoekers onderschatten deze vaak het vermogen van soorten om zich aan te passen en te overleven. Dit kan er toe leiden dat een soort minder bedreigd lijkt dan hij in werkelijkheid is. “We bevinden ons midden in een biodiversiteitscrisis,” stelt onderzoeker Johanna Staerk. “We moeten wetenschappers op het gebied van natuurbehoud voortdurend betere methoden bieden om soorten te redden en de biodiversiteit te behouden.”

Nieuwe analyses
De onderzoekers besloten modellen te ontwikkelen die nauwer aansluiten bij de realiteit. Dit deden ze door de lang gebruikte aannames opnieuw te beoordelen. Vervolgens ontwikkelden ze nieuwe analyses die de kans op overleving beter weergeven. Ook reiken ze wetenschappers nieuwe methoden aan om generatietijden nauwkeuriger te berekenen. Deze nieuwe modellen zouden kunnen bijdragen aan een beter inzicht in hoe snel sommige bedreigde diersoorten aan het uitsterven zijn.

Maar zelfs met de beste hulpmiddelen voor handen, is het lastig om nauwkeurige berekeningen te maken door een tekort aan data over bedreigde diersoorten. Om toch een beeld te krijgen, gebruiken onderzoekers vaak beschikbare informatie van nauw verwante soorten. Maar de onderzoekers uit de nieuwe studie stellen voor om gebruik te gaan maken van gegevens uit dierentuinen en aquaria. Hierdoor zou de generatietijd – en daarmee de snelheid waarmee bedreigde soorten mogelijk aan het uitsterven zijn – veel nauwkeuriger voorspeld kunnen worden.