Als doktoren het herkend hadden, was er genoeg tijd geweest om een vaccin te ontwikkelen en miljoenen levens te redden.

Dat stellen onderzoekers in het blad Human Vaccines and Immunotherapeutics. De wetenschappers spoorden de oorsprong van het griepvirus – dat wereldwijd ongeveer 50 miljoen mensen fataal werd – op met behulp van moderne technologieën én papers die in 1916 en 1917 in het gezaghebbende blad The Lancet verschenen.

Ongebruikelijk dodelijke ziekte
De onderzoekers ontdekten zo dat een pre-pandemische Spaanse griep al in 1915 en 1916 in het noorden van Frankrijk opduikt. In die jaren worden op jaarbasis tot wel 30.000 soldaten met griepverschijnselen in het ziekenhuis opgenomen. In de eerste maanden van 1917 verandert er iets: doktoren maken melding van honderden patiënten die lijden aan “een ongebruikelijk dodelijke ziekte” die gepaard gaat met “complexe luchtwegproblemen”. In hetzelfde jaar stuiten artsen in het zuiden van Engeland op een vergelijkbaar ziektebeeld. In beide gevallen begint het allemaal met milde symptomen, maar verslechtert de situatie heel snel, waarna zo’n 50% van de patiënten ook daadwerkelijk overlijdt. Meestal sterven ze uiteindelijk aan een superinfectie, waarbij bacteriën zoals stafylokokken en streptokokken betrokken zijn.


Voorloper
Volgens de onderzoekers moeten de milde luchtwegproblemen waarmee soldaten in 1915 en 1916 in Frankrijk kampten, gezien worden als de voorloper van de Spaanse Griep die in 1918 miljoenen mensen fataal werd. “We hebben lang over het hoofd geziene uitbraken van infecties geïdentificeerd die in die tijd als kleine infecties werden gezien, maar eigenlijk een teken aan de wand waren,” zo stelt onderzoeker John Oxford. Modern onderzoek onderschrijft die hypothese en wijst uit dat alle acht genen van het H1N1-type griep – waartoe ook de Spaanse Griep behoort – in 1915/1916 ontstonden.

Van ganzen naar mensen
Deze moderne onderzoeken wijzen verder uit dat de voorloper van het Spaanse Griepvirus in eerste instantie te vinden was onder ganzen, eenden en zwanen. Waarschijnlijk werd het via de uitwerpselen van migrerende watervogels overgedragen op mensen. Dat zou dus rond 1915 en 1916 al zijn gebeurd. En vervolgens ging het heel snel. “Kort gezegd moet het virus zijn gemuteerd. Het werd minder virulent, maar was wel steeds beter in staat om zich te verspreiden. Recente experimenten met pre-pandemische vogelgriep – H5N1 genoemd – dat met opzet in het laboratorium tot muteren werd gebracht, hebben aangetoond dat slechts vijf mutaties nodig zijn om zo’n verandering teweeg te brengen (…) Zodra het virus in staat is om van mens op mens over te springen, slaat de rampspoed toe. Met een generatietijd van twee tot drie dagen, kunnen doordat drie patiënten geïnfecteerd raken in ongeveer 40 dagen tijd een miljoen infecties ontstaan. En dat is waarschijnlijk wat er in 1918-1919 gebeurde.”

Over het hoofd gezien
De Spaanse Griep had dus enige aanlooptijd nodig en muteerde voor de ogen van artsen. Zij herkenden het gevaar echter niet. “De medische teams in Etaples (Frankrijk, red.) en Aldershot (Groot-Brittannië, red.) werden misleid doordat de infectie zich (oorspronkelijk, red.) nauwelijks verspreidde. Hierdoor slaagden ze er niet in om het griepvirus als de onderliggende oorzaak aan te wijzen (…) We blijven onder de indruk van de zorg en het initiatief van onze voorgangers 100 jaar geleden. Hun inspanningen hadden invloed op het aantal doden, maar – zoals verwacht – niet op de verspreiding van de griep, omdat niemand de ware aard van de ziekteverwekker begreep.”


Hadden de artsen het wel begrepen dan was er waarschijnlijk genoeg tijd geweest om een vaccin te ontwikkelen en miljoenen mensenlevens te redden, zo stellen de onderzoekers. Ze hopen dat hun studie kan helpen om nieuwe grieppandemieën te voorkomen.