plaatsdelict

Een forensisch onderzoeker die op de plaats delict bepaalt hoe oud een bloedspoor is zonder het spoor aan te raken. Het klinkt als een scène uit de tv-serie CSI. Maar het wordt waarschijnlijk binnenkort écht mogelijk.

Forensisch onderzoekers kunnen de leeftijd van een bloedspoor straks direct op de plek van de misdaad bepalen. Daarvoor gebruiken ze dan een zogenoemde spectrale camera. Deze speciale camera meet kleurveranderingen in het bloed en bepaalt zo de leeftijd van het bloedspoor. De nieuwe methode werd mede ontwikkeld door Gerda Edelman. Zij promoveerde vorig jaar aan de Universiteit van Amsterdam (AMC) op dit onderwerp. Goed nieuws voor de politie, want het oplossen van geweldsdelicten wordt met deze nieuwe methode weer een stukje makkelijker.

Vier vragen

Als een forensisch onderzoeker bloed vindt op de plaats delict, stelt hij of zij zichzelf altijd vier belangrijke vragen. Ten eerste ‘is het bloed?’. Dat lijkt misschien een rare vraag, maar in de praktijk is het soms lastig om bloed van bijvoorbeeld lippenstift- of koffievlekken te onderscheiden. Daarom testen de onderzoekers het spoor eerst, om erachter te komen of het wel echt bloed is. Als het bloed is, komt de tweede vraag in beeld: ‘van wie is het bloed?’. Om hier achter te komen, kunnen de onderzoekers een DNA-analyse doen. Eén microliter bloed kan al genoeg zijn voor zo’n analyse. Ter vergelijking, een druppel water is wel 30 microliter. De derde vraag luidt: ‘hoe is het bloed daar gekomen?’. Door de vormen en verspreiding van de bloedsporen te analyseren, kunnen de onderzoekers erachter komen wat zich mogelijk heeft afgespeeld op de plaats delict. De laatste vraag luidt: ‘wanneer is het bloed daar gekomen?’.

Belangrijk antwoord

Tot nu toe konden forensisch onderzoekers geen antwoord geven op die laatste vraag, omdat de leeftijdsbepaling van bloedsporen niet mogelijk was. En dat terwijl het antwoord op deze vraag juist heel belangrijk kan zijn. De leeftijdsbepaling kan aantonen op welk tijdstip het bloed op de plaats delict is gekomen. Deze informatie kunnen onderzoekers gebruiken om te bepalen wanneer de misdaad is gepleegd. Bovendien kunnen ze met deze informatie kijken of verdachten wel de waarheid spreken. Een verdachte kan bijvoorbeeld beweren dat hij twee weken geleden op de plaats delict is geweest en zich toen heeft verwond. Als uit de datering blijkt dat het bloedspoor maar één week oud is, heeft de verdachte heel wat uit te leggen…

Nieuw licht op de zaak

Binnenkort kunnen forensisch onderzoekers waarschijnlijk wel een antwoord geven op die laatste vraag. Edelman en collega’s hebben namelijk laten zien dat de leeftijd van een bloedspoor kan worden vastgesteld met behulp van een speciale camera. Om te begrijpen hoe deze leeftijdsbepaling werkt, is het belangrijk om eerst te weten hoe het zien van kleuren werkt. Wij zien kleuren omdat objecten bepaalde kleuren absorberen en andere reflecteren. Een blauw boek bijvoorbeeld reflecteert eenvoudig gezegd alleen blauw licht en absorbeert alle andere kleuren. Onze ogen nemen het gereflecteerde licht waar en daarom zien wij het boek als blauw. De golflengte van het licht bepaalt de kleur die wij eraan toeschrijven.

Een bloedvlek verandert van kleur naarmate de tijd verstrijkt. Afbeelding: Forensic Technical Solutions.

Een bloedvlek verandert van kleur naarmate de tijd verstrijkt. Afbeelding: Forensic Technical Solutions.

Roestend bloed
Bloed verandert van kleur wanneer het uit het lichaam komt. Dat komt omdat een belangrijk eiwit in bloed, hemoglobine, ijzer bevat. Het bloed gaat eigenlijk gewoon roesten, zoals normaal ook met ijzer gebeurt. Tijdens het roestproces verandert de chemische samenstelling van het bloed: van oxyhemoglobine (rood) naar methemoglobine (donker rood) naar hemichroom (donker bruin). Vers bloed bevat dus veel oxyhemoglobine, oud bloed veel hemichroom. Doordat de samenstelling van het bloed verandert, verandert de kleur dus ook.

Hulp van de camera
Met het blote oog is deze kleurverandering moeilijk te zien. Daarom maken de onderzoekers gebruik van de speciale camera. In tegenstelling tot onze ogen, die alleen rood, groen en blauw kunnen detecteren, kan deze camera alle kleuren van de regenboog meten. De onderzoekers schijnen licht op het bloedspoor. Dit bloedspoor zal, net als het blauwe boek, bepaalde golflengtes absorberen en andere reflecteren. De camera kan de gereflecteerde stralen opvangen en meten hoeveel het bloedspoor voor iedere golflengte heeft gereflecteerd. Op deze manier kan de camera heel precies de kleur van het bloedspoor bepalen. Vervolgens kan een computerprogramma aan de slag met het gemaakte ‘kleurenprofiel’. Met een speciale berekening bepaalt het programma hoeveel oxyhemoglobine, methemoglobine en hemichroom het bloedspoor bevat. De onderzoekers kunnen deze hoeveelheden vergelijken met de hoeveelheden in bloedsporen van een bekende leeftijd, en zo de leeftijd van het bloedspoor bepalen. Bovendien kan de camera informatie geven over de vorm en locatie van het spoor.

De camera in actie op een in scène gezet plaats delict. Afbeelding: FHI.

De camera in actie op een in scène gezet plaats delict. Afbeelding: FHI.

Werk aan de winkel

De nieuwe methode lijkt veelbelovend. Forensisch onderzoekers kunnen de camera gewoon meenemen naar de plaats delict en daar hun metingen uitvoeren. Bovendien kunnen de onderzoekers met deze methode ook makkelijker dan voorheen aantonen of een spoor wel echt een bloedspoor is. Collega’s van Edelman zijn nu bezig om de methode verder te ontwikkelen. Ze proberen de leeftijdsbepaling nog nauwkeuriger te maken. Ook zijn ze druk bezig met het testen van de camera. Bijvoorbeeld op een in scène gezette plaats delict.

‘Dit bloedspoor is twee weken oud en dat bloedspoor daar twee dagen… en dat andere spoor, dat is gewoon lippenstift’. Als de testresultaten positief zijn, kan het niet lang meer duren voordat de camera echt in de praktijk gebruikt kan gaan worden. En daarmee zou een lang gekoesterde wens van forensisch onderzoekers in vervulling gaan.

Dit artikel is geschreven door Renske de Beijer (22). Ze studeert Forensic Science aan de Universiteit van Amsterdam. Bovenstaand artikel schreef zij voor het vak Public Science Communication with Multimedia van de Universiteit Utrecht.