Er is niet zo heel veel ruimte in een spinnenkop en dus slaan sommige spinnen een deel van hun hersenen op in de pootjes, zo blijkt.

Dat concluderen wetenschappers van het Smithsonian Tropical Research Institute.

Ruimte
Spinnen zijn er in allerlei maten. Hele grote en uitzonderlijk kleine. De kleinste spinnetjes hebben weinig ruimte voor een groot brein. En toch moeten ze in grove lijnen hetzelfde kunnen doen als grote spinnen met een groter brein. Bijvoorbeeld: een web maken, een prooi vangen, etc. Al die vaardigheden vragen om heel wat hersencapaciteit en dat vraagt weer om ruimte. “We hebben ontdekt dat het centrale zenuwstelsel van de kleinste spinnen bijna tachtig procent van hun totale lichaamsholten in beslag neemt,” vertelt onderzoeker William Wcislo. “Inclusief ongeveer 25 procent van hun poten.” En soms is dat zelfs zichtbaar. Zo hebben jonge spinnen (die nog niet volwassen zijn) vervormde lichamen. Ze hebben een soort bulten, veroorzaakt door de extra hersencellen die ze elders kwijt moeten. Wanneer ze volwassen worden, verdwijnen die vervormingen.

De hersenen van dit kleine spinnetje lopen door in de pootjes. Afbeeldingen: William Wcislo.

Regel
De spinnen gehoorzamen daarmee aan een eenvoudige regel, zo legt Wcislo uit. “Als de lichaamsgrootte afneemt, wordt het deel van het lichaam dat door de hersenen wordt ingenomen verhoudingsgewijs groter.” Het gewicht van mieren bestaat bijvoorbeeld soms wel voor vijftien procent uit hersenen. Bij sommige (kleinere) spinnen is dat mogelijk nog meer. En dat is echt niet zo gemakkelijk. Want het brein is een echte energieslurper. De kleine spinnetjes met zo’n relatief groot brein moeten dan ook flink aan de bak om hun hersenen draaiende te houden.

De onderzoekers baseren hun conclusies op experimenten met zo’n negen soorten spinnen. De spinnen verschilden sterk in grootte: de grootste spin woog bijvoorbeeld 400.000 keer meer dan de kleinste. Het volledige onderzoek is terug te vinden in het blad Arthropod Structure and Development.