Onderzoekers tonen aan dat een therapie van slechts twee uur de reactie van ons brein op spinnen radicaal en blijvend kan veranderen.

“Voor de behandeling wilden sommige proefpersonen niet op gras lopen, omdat ze bang waren voor spinnen of ze bleven dagenlang weg uit hun huis of slaapkamer, omdat ze dachten dat er een spin zat,” vertelt onderzoeker Katherina Hauner in een persbericht. “Maar na een behandeling van twee of drie uur waren ze in staat om op een tarantula af te stappen en deze vast te houden. En na zes maanden durfden ze dat nog steeds.”

Therapie
Voor een ieder die bang is voor spinnen of mensen kent die bang zijn voor spinnen, klinkt dat ongelofelijk. Hoe kan dat? De onderzoekers hebben door middel van een therapie de reactie van het brein op spinnen verandert. En die verandering hield ook lang nadat de therapie achter de rug was, stand.

WIST U DAT…

…angst voor spinnen ervoor zorgt dat spinnen groter lijken?

Vooroordelen
De onderzoekers verzamelden twaalf proefpersonen. Deze waren uitzonderlijk bang voor spinnen: zelfs het bekijken van foto’s van spinnen vonden ze eng. De onderzoekers lieten ze die foto’s toch zien en scanden ondertussen de hersenactiviteit. Hieruit blijkt dat het zien van een spin tot een sterke reactie leidde in het deel van het brein dat geassocieerd wordt met gevoelens van angst. Daarna kon de therapie beginnen. De proefpersonen leerden van alles over de tarantula en hun vooroordelen of angsten werden ontkracht. “Ze dachten dat de tarantula in staat was om uit de kooi en bovenop ze te springen. Sommigen dachten dat de tarantula in staat was om een plannetje te smeden om ze pijn te doen. Ik leerde ze dat de tarantula heel kwetsbaar is en het veel belangrijker vind om zichzelf (voor mensen, red.) te verstoppen.”

Aanraken
Ook leerden de proefpersonen spinnen benaderen. Eerst van een afstandje, later moesten ze de spinnen ook aanraken. Dat ging heel geleidelijk. Eerst met een kwastje, later met handschoenen aan en daarna met blote handen. Zo ervoeren de proefpersonen dat de tarantula zacht is en eigenlijk geen onverwachte bewegingen maakt. “De meeste tarantula’s zijn niet agressief, ze hebben alleen een slechte reputatie,” zo vertelde Hauner de proefpersonen.

Hersenen

Hoe kan de angst zo zijn afgenomen? Hauner vermoedt dat het antwoord op die vraag complexer is dan u wellicht zou denken. Uit de hersenscans die direct na de therapie werden gemaakt, vertoonde het deel van de hersenen dat angstige reacties afremt, veel activiteit. Maar zes maanden later was dit deel van de hersenen bij het zien van spinnen niet extra actief. Dat wijst er dan ook op dat een ander deel van het brein op lange termijn verantwoordelijk is voor het uitblijven van een heftige reactie.

Langdurig effect
Direct na de therapie werden de hersenen van de proefpersonen opnieuw gescand terwijl zij naar foto’s van spinnen keken. De activiteit in het deel van de hersenen dat geassocieerd wordt met angst was flink afgenomen. Na zes maanden kwamen de proefpersonen opnieuw bij elkaar. En nog steeds was de activiteit in dat deel van de hersenen bij het zien van foto’s van spinnen beperkt. Hauner vroeg de proefpersonen ook om de spin te benaderen en aan te raken. De proefpersonen twijfelden niet en deden het direct.

Het onderzoek bewijst dat deze aanpak werkt. Maar we kunnen op basis van deze studie nog meer conclusies trekken, zo is in het blad Proceedings of the National Academy of Sciences te lezen. Op basis van de hersenscans kon Hauner namelijk voorspellen hoe de proefpersonen er na zes maanden aan toe waren. De proefpersonen die direct na de therapie meer activiteit vertoonden in het deel van de hersenen dat betrokken is bij de visuele perceptie van prikkels die angst oproepen, waren zes maanden later het minst bang voor de spinnen. Door direct na de therapie een hersenscan te maken, kan mogelijk voorspeld worden of en zoja, wanneer deze proefpersonen opnieuw therapie nodig hebben.