Duizenden jonge sterren in de Orionnevel worden op de voet gevolgd door de paparazzi. Niet door riooljournalisten als Albert Verlinde en Wilma Nanninga, maar door telescopen als de Hubble ruimtetelescoop en het Chandra röntgenobservatorium. Ook de Spitzer ruimtetelescoop houdt de kolonie in het sterrenbeeld Orion in de gaten.

Sommige sterren schijnen niet altijd even fel, net zoals in Hollywood. Spitzer probeert erachter te komen waarom dit gebeurt en of daarbij een rol is weggelegd voor de vorming van planeten. “Dit is een buitengewoon project”, vindt John Stauffer van NASA. “Niemand heeft dit ooit eerder gedaan op een golflengte die gevoelig is voor hitte van het stof om de sterren in de nevel.”

De nieuwe foto van de Orionnevel is na de ‘koele’ periode van Spitzer gemaakt. Spitzer had een soort koelvloeistof aan boord om de instrumenten te koelen. Aangezien de koelvloeistof sinds mei 2009 op is, hebben de twee infrarode kanalen nu een warmere temperatuur van 30 Kelvin (-240 graden Celsius). Overigens maakt dit niet heel veel uit, want Spitzer kan nog steeds uitstekend waarnemen.

Een van de nieuwe projecten is het ‘Young Stellar Object Variability’-programma. Spitzer kijkt meerdere malen naar een bepaalde plek in de Orionnevel en zal daarbij 1.500 variabele sterren in de gaten houden. De telescoop heeft al tachtig foto’s van het gebied gemaakt in veertig dagen tijd. De tweede reeks observaties vindt eind dit jaar plaats.

De sterren op de onderstaande foto zijn ongeveer één miljoen jaar oud. Dat is niets in vergelijking met onze zon, die al 4,6 miljard jaar oud is. Jonge sterren flikkeren meer dan oude sterren. Dit komt mogelijk door de aanwezigheid van koude vlekken op de oppervlakken van de sterren. Hoe jonger een ster is, hoe meer koude vlekken een ster heeft.