Fossiele resten suggereren dat die splitsing minstens 300.000 jaar eerder plaatsvond.

Moderne mensen delen een gemeenschappelijke voorouder met Neanderthalers; onze meest verwante oude neven. Maar details over wanneer en hoe die splitsing precies plaatsvond, is stof voor debat. Eerdere DNA-analyses veronderstelden dat beide mensachtigen zo’n 300.000 tot 500.000 jaar geleden een apart evolutionair pad begonnen te bewandelden. Maar een nieuwe studie duwt die splitsing veel verder op de tijdlijn terug.

Sima de los Huesos
De onderzoekers baseren zich op fossiele resten gevonden in een grot in Spanje. De Sima de los Heusos (oftewel de Put van de Beenderen) is een van de grootste vindplaatsen van hominide beenderen uit het Pleistoceen. In de grot troffen archeologen de fossielen aan van bijna 30 mensen, waarschijnlijk vroege Neanderthalers. Eerdere studies dateerden de vindplaats tot ongeveer 430.000 jaar geleden (Midden Pleistoceen). De gezamenlijke voorouder van Neanderthalers en moderne mensen moet dus vóór die tijd hebben geleefd.


Onderzochte gefossiliseerde tanden uit de studie. Afbeelding: Aida Gómez-Robles

Tanden
De onderzoekers bogen zich over tanden die in de grot waren aangetroffen. Omdat tanden gestaag lijken te evolueren in mensachtigen, konden de onderzoekers modellen gebruiken om in te schatten wanneer verschillende takken van de menselijke stamboom zich van elkaar hebben afgesplitst. “Elke splitsing tussen Neanderthalers en moderne mensen jonger dan 800.000 jaar geleden zou een onverwacht snelle ontwikkeling van de tanden in in de vroege Neanderthaler van Sima de los Huesos met zich meebrengen,” zegt Aida Gomez-Robles.

Het betekent dat we mogelijk een hele andere laatste gemeenschappelijke voorouder hebben gehad dan men tot nu toe dacht. Om de juiste te identificeren moeten we dus nog verder in de tijd terugkijken. Waarschijnlijk moet die laatste gemeenschappelijke voorouder van de neanderthaler en de moderne mens dus al meer dan 800.000 jaar geleden hebben geleefd.