Het gaat om een kind dat aanzienlijk eerder leefde dan de Denisovamensen die eerder in de grot zijn ontdekt.

In 2008 beschrijven onderzoekers een nieuwe mensachtige: Homo denisova. Ze baseren zich op vondsten in een grot in Siberië. Inmiddels zijn we bijna tien jaar verder en weten we nog heel weinig over deze mensachtige soort. Dat is ook niet zo gek: er zijn nauwelijks fossiele resten van teruggevonden. Onderzoekers moeten het doen met twee kiezen en een vingerbotje, toebehorend aan drie verschillende individuen.

Over de Denisovamensen

Homo Denisova zou zich zo’n 470.000 tot 190.000 jaar geleden van Homo neanderthalensis hebben afgesplitst. Terwijl de Neanderthalers in Europa en West-Azië leefden, koloniseerden de Homo denisova Azië. Het gebied van de Neanderthalers en Denisovamensen kende wel enige overlap en er zijn aanwijzingen gevonden dat de twee mensachtigen het soms erg gezellig hadden en zelfs de lakens deelden.

Kind
Maar in het blad Science Advances komen wetenschappers nu met goed nieuws. Ze hebben een kies van een vierde Denisovamens ontdekt. Het gaat om een – flink versleten – melkkies. Afgaand op de slijtage zou het kind aan wie deze kies toebehoorde tussen de 10 en 12 jaar oud zijn geweest. DNA-onderzoek suggereert verder dat het kind van het vrouwelijk geslacht was.

Oude resten
De melkkies is aangetroffen in een grot in Siberië. In deze grot zijn eerder al andere resten van Denisovamensen ontdekt. Maar de melkkies die onderzoekers nu onder de loep hebben genomen, is bijzonder. Deze komt namelijk uit een dieper gelegen sedimentlaag en is veel ouder dan de resten die eerder zijn aangetroffen. Het meisje aan wie deze melkkies toebehoorde zou zeker 100.000 jaar geleden geleefd hebben. “Dat maakt deze resten tot één van de oudste mensachtige overblijfselen die tot op heden in Centraal-Azië zijn ontdekt,” zo schrijven de onderzoekers. Het komt erop neer dat het meisje tienduizenden jaren eerder leefde dan de Denisovamensen waarvan eerder in deze grot resten zijn aangetroffen. Het bevestigt het idee dat Denisovamensen langdurig in en nabij deze grot vertoefden.

Genetische diversiteit
De onderzoekers vergeleken het nucleair DNA (DNA in de celkern) van de melkkies met DNA van de drie Denisovamensen waarvan eerder in dezelfde grot resten zijn aangetroffen. Hoewel de melkkies enkele tienduizenden jaren ouder is dan de resten die eerder zijn ontdekt, zijn er veel overeenkomsten tussen het DNA in deze melkkies en de veel jongere resten van Denisovamensen die eerder zijn ontdekt. Het wijst op een beperkte genetische diversiteit. Of die beperkte genetische diversiteit een probleem van deze lokale populatie of de complete populatie Denisovamensen was, is onduidelijk, zo benadrukken de onderzoekers. Ze wijzen erop dat de resten die tot op heden van Homo denisova zijn aangetroffen, allemaal in dezelfde grot zijn ontdekt. Mogelijk behoorden deze Homo denisova tot een geïsoleerde populatie waarin de genetische diversiteit beperkt was. Pas als we op andere plekken op aarde ook resten van Homo denisova vinden, kunnen we meer zeggen over de genetische diversiteit onder deze mensachtigen.

Met de ontdekking van deze melkkies zijn we weer ietsje wijzer geworden als het gaat over de Denisovamensen. Maar tegelijkertijd blijven er veel vragen. Meer fossiele resten – bij voorkeur afkomstig van andere locaties dan deze grot in Siberië – zijn nodig om het mysterie dat de Denisovamens omringt, op te lossen.