Voor het eerst zijn de zo kenmerkende plaques en tangles aangetroffen in de hersenen van een wild dier.

Dat concluderen onderzoekers van de universiteit van Oxford nadat ze de hersenen van dolfijnen onder de loep namen. Alle bestudeerde dolfijnen waren doodgegaan nadat ze op de Spaanse kust waren aangespoeld.

Plaques en tangles
De onderzoekers vonden in de hersenen de voor Alzheimer zo kenmerkende sporen: plaques opgebouwd uit bèta-amyloïden en tangles opgebouwd uit een ander eiwit dat tau wordt genoemd. Het is een bijzondere ontdekking. Nog niet eerder zijn deze sporen van Alzheimer in het brein van wilde dieren ontdekt.

Alzheimer-symptomen?
Of dolfijnen ook echt Alzheimer kunnen krijgen, is nog onduidelijk. Alleen door het gedrag van dolfijnen met tangles en plaques te bestuderen, kan worden vastgesteld of ze aan dezelfde geheugenproblemen en verwarring lijden als mensen met Alzheimer.

Waarom?
Maar wat werkelijk interessant is, is de vraag waarom mensen én dolfijnen – twee totaal verschillende diersoorten – plaques en tangles in hun hersenen kunnen krijgen. Want dat kan uitwijzen hoe Alzheimer ontstaat en mogelijk leiden tot een behandeling.

Wist je dat…

…eerder onderzoek suggereerde dat ook oudere chimpansees Alzheimer kunnen krijgen? Deze chimpansees waren echter in gevangenschap opgegroeid.

Insuline
De onderzoekers besloten de dolfijnen te bestuderen, omdat deze dieren net als mensen nog lang nadat ze onvruchtbaar zijn geworden, in leven blijven. Vermoed wordt dat die eigenschap nauw samenhangt met Alzheimer. En onderzoekers hebben – dankzij het onderzoek onder dolfijnen – nu een vermoeden hoe dat verband ongeveer in elkaar steekt. De onderzoekers denken dat dolfijnen en mensen vatbaar zijn voor Alzheimer door veranderingen die optreden in de werking van het hormoon insuline. Dit hormoon reguleert het bloedsuiker. Problemen rond dit hormoon kan bij mensen en andere zoogdieren leiden tot diabetes. Maar eerder onderzoek heeft aangetoond dat het beperken van de calorie-inname in sommige soorten de werking van het hormoon verandert en de levensduur van deze dieren verlengt. “Wij denken dat de werking van insuline in mensen zo geëvolueerd is dat deze vergelijkbaar is met wat we zien wanneer we muizen heel weinig calorieën geven,” vertelt onderzoeker Simon Lovestone. “Dat leidt ertoe dat de levensverwachting verlengd wordt tot lang na de vruchtbare jaren, maar maakt ons ook kwetsbaar voor diabetes en Alzheimer.” De hypothese van Lovestone wordt onderschreven door eerder onderzoek. Daaruit blijkt onder meer dat mensen met diabetes een verhoogde kans hebben op Alzheimer.

“Als het klopt, is het al te laat: tienduizenden jaren te laat..”

“Onze studie suggereert dat dolfijnen en orka’s – die ook nog lang nadat ze niet langer vruchtbaar zijn, in leven blijven – in veel opzichten met mensen te vergelijken zijn. Ze hebben een insuline-signaleringssysteem dat hen tot interessante diermodellen voor diabetesonderzoek maakt en nu hebben we aangetoond dat de hersenen van dolfijnen sporen van Alzheimer vertonen die identiek zijn aan die in mensen.”

Als de onderzoekers met hun hypothese op het juiste spoor zitten, is dat wellicht slecht nieuws. “Als het klopt, is het al te laat: tienduizenden jaren te laat,” stelt Lovestone. Tienduizenden jaren geleden verkregen we namelijk de insulineresistentie die onze levensduur op dezelfde manier verlengde als een beperkte inname van calorieën dat doet. Toch is er ook goed nieuws. Op dit moment is het lastig om labonderzoek te doen naar Alzheimer, omdat het meestgebruikte proefdier – de muis – niet zo’n goede Alzheimerpatiënt is. “Zelfs in muizen die zo aangepast zijn dat ze de plaques die geassocieerd worden met Alzheimer, ontwikkelen, zijn geen tangles te vinden en is sprake van heel weinig beschadigingen aan de hersencellen.” En daardoor is het lastig om te onderzoeken hoe Alzheimer op bepaalde medicijnen reageert. “Maar als een verandering in het insuline-signaleringssysteeem een dier vatbaarder kan maken voor Alzheimer kunnen we muizen genereren die een goed model van de ziekte zijn en daarop kunnen we vervolgens nieuwe behandelingen testen.”