muis

Onderzoek onder muizen wijst erop dat sporten ervoor zorgt dat het brein beter om kan gaan met stress. Lichamelijke activiteit leidt tot een reorganisatie in het brein, waardoor de dieren minder sterk reageren op stress en gevoelens van angst de normale hersenfunctie niet zo snel verstoren.

Dat hebben onderzoekers van Princeton University ontdekt. Ze verzamelden een aantal muizen en deelden ze in twee groepen in. De ene groep had onbeperkt toegang tot een looprad. De andere groep had geen toegang tot het looprad. Muizen zijn van nature echte hardlopers: ze kunnen tot wel vier kilometer per nacht lopen. Na zes weken werden alle muizen blootgesteld aan koud water (oftewel: stress).

Neuronen
De muizen die onbeperkt toegang hadden tot het looprad bleken veel minder sterk op het koude water te reageren. In het brein van de sportende muizen werden neuronen actief die ervoor zorgden dat neuronen aan de voorkant van de hippocampus minder sterk op stress reageerden. Daardoor waren de muizen ook minder angstig: dit deel van de hippocampus regelt namelijk ook gevoelens van angst.

WIST U DAT…

…een klein beetje stress de mens goed doet?

Tegenstrijdigheid
De resultaten lossen een raadsel waar onderzoekers al een tijdje voor staan, op. We weten namelijk al enige tijd dat sporten ervoor zorgt dat angstgevoelens afnemen. Tegelijkertijd zorgt sporten ervoor dat er nieuwe zenuwcellen in het voorste deel van de hippocampus ontstaan. En dat is tegenstrijdig. Nieuwe neuronen zijn namelijk makkelijker te activeren dan oudere exemplaren, dus zou men verwachten dat neuronen in de hippocampus sneller vuren in reactie op stress en sporten juist tot meer angst zou leiden. Dit onderzoek toont aan dat sporten mechanismen die voorkomen dat de nieuwe zenuwcellen actief worden, versterkt. En daarmee is die tegenstrijdigheid opgelost.

Het onderzoek heeft verschillende implicaties, zo legt onderzoeker Elizabeth Gould uit. “Begrijpen hoe het brein angstig gedrag reguleert, kan ons een beter beeld geven van hoe we mensen met angststoornissen kunnen helpen. Het vertelt ons ook iets over hoe het brein zich aanpast om op een optimale manier op de omgeving te reageren.”