Een vogel die in de stad leeft, heeft in vergelijking met vogelsoorten op het platteland een veel groter brein, zo blijkt.

De onderzoekers baseren hun conclusie op een onderzoek naar 82 vogelsoorten. Ze vroegen zich af hoe het komt dat de ene soort wel succesvol is in de stad en de ander niet.

Flink brein
Al snel bleek er één opvallende overeenkomst te zijn tussen de vogels die het goed doen in de stad: ze hebben in vergelijking met hun lichaam een groot brein. Denk aan soorten als kraaien, winterkoningen, mezen en bepaalde zangvogeltjes.

WIST U DAT…

…vogels in de stad een toontje hoger zingen?

Kleintjes
Er zijn wel vogels met een klein brein in de stad, maar zij zijn niet zo goed aangepast aan een stads leven als de vogels met een groot brein. “Sommige soorten (met een klein brein, red.) hebben geluk en vinden een niche die toevallig lijkt op hun oorspronkelijke leefgebied,” legt onderzoeker Alexei Maklakov uit.

Aanpassen
De vogels die hun levensstijl echt omgegooid hebben en een echte stadse vogel zijn geworden, hebben wel een groot brein nodig. Het leven in de stad verandert voortdurend en een vogel moet zich dus aan kunnen passen. Zo moet een vogel bijvoorbeeld als er geen bomen in de buurt zijn toch flexibel genoeg zijn om op een andere plaats een nest te bouwen.

Het onderzoek kan wetenschappers helpen om vogels beter te beschermen. Blijkbaar zijn er vogels die zich simpelweg niet aan kunnen passen aan de stadse omgeving. Om deze vogelsoorten toch in stand te houden, moeten er gebieden worden gecreëerd die lijken op het oorspronkelijke leefgebied.