Bevolkingsgroei en verstedelijking zorgen voor veel vraag naar voedsel in de stad. Tegelijkertijd willen we ook steeds vaker vers, lokaal en duurzaam geproduceerd eten. Kan stadslandbouw daarbij helpen?

Stel je voor: een leeg kantoorpand midden in de stad, onbenut en overgelaten aan de ratten en muizen die er flink huishouden. In Amsterdam staan miljoenen vierkante meters kantoor leeg als gevolg van de vastgoedcrisis en Het Nieuwe Werken. En met die ruimte zou je best nog wat nuttigs kunnen doen. Dankzij de grote technologische voorspoed van deze tijd is het mogelijk om in de leegstaande panden een heuse agrarische boerderij te starten, waarbij er in de hoogte groente, fruit en wellicht zelfs vis en vlees geteeld kan worden.

Natuur

Op dit moment is er in de wereld zo’n 800 miljoen hectare grond gewijd aan landbouw. Dat is 38% van het totale landoppervlak op aarde. Volgens schattingen zal de menselijke populatie op deze aarde de komende vijftig jaar toenemen tot zo’n 8,6 miljard. Dit vereist een extra 1 miljard hectare grond om iedereen te voeden. Zoveel landbouwgrond is er niet meer. Uit onderzoek blijkt dat als traditionele landbouw vervangen zou worden door stedelijke voedselproductie het best zou kunnen dat er op lange termijn veel beschadigde ecosystemen in de wereld geleidelijk zullen herstellen. In gematigde- en tropische gebieden zouden hardhoutbossen terug kunnen groeien en een belangrijke rol spelen in de opslag van koolstof. Dit zou een positief effect kunnen hebben op de huidige klimaatverandering.

Stadslandbouw
Dit idee valt onder de noemer ‘urban farming’ of in het Nederlands: stadslandbouw. “Eigenlijk zijn we deels bezig met een ommekeer op het gebied van landbouw,” zegt Marc Ruijs, bedrijfskundig onderzoeker (glas)tuinbouwproductiesystemen en werkzaam bij LEI Wageningen UR. “Vroeger woonden mensen in de stad en produceerden ze zelf hun eten. Toen steden groter werden, werd de landbouw verplaatst naar buiten de stad. De productie ging steeds verder van de kern af en eens in de zoveel tijd kwamen er producten zoals granen en aardappelen van buiten de stad naar de stad toe. Alleen verse, bederfelijke producten werden dicht aan de rand van de stad geteeld. Nu zie je met stadslandbouw een omgekeerde beweging waarbij de landbouw weer terugkomt in de stad.” Er zijn verschillende definities van stadslandbouw in omloop, maar over het algemeen wordt ermee bedoeld: het telen, oogsten en afzetten van voedsel in de stad om daarmee te voorzien in de dagelijkse voedselbehoefte van de stad zelf. Is dat nodig dan? Volgens sommigen wel. Er komst steeds meer een tekort aan grondstoffen en fossiele energie, waardoor de noodzaak om duurzaam te ondernemen en te produceren toeneemt. Daarnaast zie je een wereldwijde trend van bevolkingsgroei en verstedelijking, wat leidt tot meer vraag naar voedsel in de stad. Tegelijkertijd is er een trend zichtbaar naar meer duurzaam en lokaal geproduceerd eten. Stadslandbouw in al zijn variëteit komt daarom de kop op steken. Maak bijvoorbeeld kennis met vertical farming.

Zo zou vertical farming eruit kunnen komen te zien. Credits: Chris Jacobs

Zo zou vertical farming eruit kunnen komen te zien. Credits: Chris Jacobs

Vertical farming
Vertical farming, ofwel ‘verticale landbouw’ is het verbouwen van voedsel in verschillende kweeklagen in bijvoorbeeld een kantoorpand of fabriek. Hierdoor maak je optimaal gebruik van de ruimte en heb je een hoge opbrengst per vierkante meter. Een groot voordeel van vertical farming is dat je niet afhankelijk bent van het klimaat, of weersomstandigheden. Je regelt gewoon je eigen klimaat! Hierdoor wordt de kans op misoogsten verkleind. Een ander groot voordeel van vertical farming is dat het heel duurzaam kan zijn. Zo kan bijvoorbeeld de uitstoot van broeikasgassen sterk worden teruggedrongen door verbeterde teeltprocessen die geen gebruikmaken van vervuilende landbouwmachines. Ook hoeft voedsel minder vervoerd te worden. Op dit moment legt je krop sla honderden kilometers af voordat deze op je bordje ligt. Maar als groente in je eigen woonomgeving wordt geproduceerd en vervolgens in diezelfde schaal wordt geconsumeerd, heb je minder transport nodig. Ook is het mogelijk om waterverbruik sterk terug te dringen. Bij traditionele teeltmethodes verdwijnt een groot deel van het gebruikte water in kanalen, rivieren en uiteindelijk in de zee. Nieuwe teelttechnieken maken het mogelijk om het overtollige water te recyclen. Doordat je in een vertical farm in een afgesloten ruimte teelt, zijn ziektes, schimmels en insecten eenvoudiger buiten te houden en is bestrijding met chemische middelen niet meer noodzakelijk. Mocht er plots toch sprake zijn van een infectie, dan is de geïnfecteerde ruimte eenvoudig in quarantaine te plaatsen om te voorkomen dat de gehele oogst mislukt.

Groente en kruiden
Toch denkt Ruijs niet dat de traditionele landbouw helemaal zal verdwijnen. “Ik denk dat het en – en wordt,” zegt hij. “We zullen de traditionele productiemethode nodig blijven hebben om voor de massa te kunnen produceren. Stadslandbouw is vrij duur. Een pand in de stad is bijvoorbeeld veel duurder dan een stuk grond op het platteland. Ook kun je in een gebouw in de stad niet zoveel producten telen als op een uitgestrekt stuk grond. Je concurreert jezelf op die manier weg.” Waar vertical farming wel geschikt voor kan zijn, is voor niche producten zoals groentes en kruiden. “Stadstuinders kunnen zich beter richten op kleine producten en seizoensproducten. Bijvoorbeeld munt, dat wordt gebruikt als garnering in restaurants. Daar heb je geen kilo’s van nodig, dus dat zou je best in de stad kunnen gaan produceren.” Ook onderzoekers aan de Hogeschool van Amsterdam denken dat er in Nederland geen high tech vertical farms de kop op zullen steken. Grote stedelijke gebieden in bijvoorbeeld Azië, Zuid-Amerika en Afrika lenen zich hier meer voor. Door hun uitgestrektheid, de groeiende stedelijke bevolking en de groeiende welvaart is de noodzaak om de stad op een nieuwe manier van vers voedsel te voorzien daar veel groter.

“We zullen de traditionele productiemethode nodig blijven hebben om voor de massa te kunnen produceren”

Verdienmodellen
Heeft stadslandbouw in Nederland dan wel toekomst? Op zich wel, maar dan op een andere manier. Omdat de omvang van de producten die er in stadsboerderijen worden geproduceerd vaak beperkt is, worden de geteelde producten vaak niet in een supermarkt afgezet. Er moeten dus hele nieuwe businessconcepten en verdienmodellen worden bedacht. “Stadstuinders zullen andere manieren moeten verzinnen om brood op de plank te krijgen,” zegt Ruijs. “Dat kan bijvoorbeeld door hun producten te verkopen bij afhaalpunten bij tuincentra of bouwmarkten. Wat je nu vaak ziet, is dat ze hun producten aan restaurants verkopen of aan bedrijven die groenteboxen leveren.” Daarnaast is het volgens Ruijs ook mogelijk om als stadstuinder naast je producten, ook diensten aan te bieden. “Je kunt je bedrijf openstellen als arbeidsplaats voor zorgpatiënten,” zegt hij. “Je creëert op die manier een plek voor mensen om te werken en ook te re-integreren. Daar krijg je een vergoeding voor, waardoor je weer in je onderhoud kunt voorzien. Daarnaast vindt er op deze manier een uitwisseling plaats tussen producten en diensten met de maatschappij, waardoor de burger meer bij een stadsboerderij wordt betrokken.”

Ruijs voorspelt dat in de toekomst stadslandbouw professioneler en wat groter gaat worden. “Het is duidelijk dat consumenten bewuster willen leven. Dat is al een tijd aan de gang en zal naar mijn idee in de toekomst alleen maar meer toenemen. Vers en lokaal voedsel hoort daar ook bij en dat is wat stadslandbouw de consument kan bieden. Daarnaast weet de consument waar hun voedsel vandaan komt en steunt een lokale ondernemer die ze bij naam kennen. Dat maakt stadslandbouw erg aantrekkelijk.”

Volgende week ga ik in gesprek met een stadstuinder in Den Haag en een vertical farm in Japan. Hou de website dus goed in de gaten!