kleine-ijstijd

Russische wetenschappers beweren dat er een nieuwe Kleine IJstijd op komst is. Maar toch lijkt dit niet te kloppen.

Professor Valentina Zharkova en haar collega’s spotten onregelmatigheden in de laatste drie elfjarige cycli van de zon. Iedere cyclus heeft invloed op noorderlicht en zonnestormen. Niet iedere cyclus duurt exact elf jaar. Variaties hierin ontstaan door een dynamo van bewegende vloeistof diep in de convectiezone van de zon en – volgens Zharkova – een dynamo onder het oppervlak van de zon. De Russische onderzoekers menen dat de magnetische golven tussen het noordelijk en het zuidelijk halfrond heen en weer bewegen. In de 26ste cyclus (2030-2040) zijn deze golven elkaars spiegelbeeld, waardoor er nauwelijks zonnevlekken worden gevormd en de zonneactiviteit drastisch afneemt.

Ook in de periode van 1645 tot 1715 waren er buitengewoon weinig zonnevlekken op de zon te zien. Deze periode wordt het Maunderminimum genoemd. Op dat moment vond het hoogtepunt van de Kleine IJstijd plaats. In West-Europa was de gemiddelde temperatuur één tot twee graden Celsius lager dan normaal. De winters waren streng, waardoor schilders vaak de kans kregen om winterlandschappen vast te leggen. Betekent dit dat we in 2030 opnieuw te maken krijgen met ijskoude winters? Waarschijnlijk niet.

Tijdens het Maunderminimum werden er in een periode van 30 jaar slechts 50 zonnevlekken waargenomen, terwijl dat normaal tussen de 40.000 en 50.000 zijn.

Tijdens het Maunderminimum werden er in een periode van 30 jaar slechts 50 zonnevlekken waargenomen, terwijl dat normaal tussen de 40.000 en 50.000 zijn.

Kleine IJstijd was geen globaal fenomeen
“De wetenschappers beweren dat ritmische variaties in de zonneactiviteit voorspellen dat er een rustige periode aankomt, maar dit zal een minimale invloed hebben op het klimaat op aarde”, zegt onderzoeker Jim Wild van de Lancaster universiteit. “Zo varieert de totale hoeveelheid zonnestraling tijdens een cyclus slechts 0,1%. Daarnaast begon de Kleine IJstijd al voor het Maunderminimum. En hoewel Europa te maken kreeg met koude winters, was de Kleine IJstijd geen globaal fenomeen.”

Weinig data en geen peerreviews
Ook wetenschapsjournalist John Timmer van Ars Technica is skeptisch. “De resultaten zijn gepresenteerd tijdens een conferentie. Het paper is niet door peers gescreend”, zegt Timmer. “Daarnaast maken de onderzoekers gebruik van slechts dertig jaar aan data.” Ook Timmer is van mening dat zonneactiviteit een kleine invloed heeft gehad op de Kleine IJstijd. “Vulkanische activiteit lijkt de hoofdoorzaak te zijn. En stel dat er sprake is van een groot verschil in zonneactiviteit, dan wordt het verkoelende effect onderdrukt door de verhoogde uitstoot van broeikasgassen.”

Omstreden
Stel dat Zharokova’s onderzoek klopt, dan heeft ze een onregelmatige hartslag in de elektromagnetische activiteit van de zon juist voorspelt. Maar het is te kort door de bocht dat ze direct de term ‘ijstijd’ noemt, want alles wijst er op dat we de komende decennia niet te maken krijgen met koude winters. Zharokova is daarnaast vrij omstreden, omdat ze ooit in een interview met The Washington Post heeft gezegd dat de zon een grotere invloed heeft op temperatuurveranderingen op aarde dan de verhoogde uitstoot van broeikasgassen.

Kleine IJstijd: ja of nee?
Wat denk jij? Reageer onder dit artikel. Over twintig jaar zullen we dit artikel opnieuw uit het archief halen om te kijken wie er gelijk heeft.