De gemiddelde Nederlander gaat steeds later met pensioen. Daarnaast daalt het percentage 50-plussers buiten de beroepsbevolking. Dit meldt TNO. Doordat ouderen langer aan het werk blijven, loopt de gemiddelde leeftijd waarop mensen met pensioen gaan op.

Het aandeel 50 tot 65-jarigen dat geen deel uitmaakt van de beroepsbevolking, blijft dalen. Vooral het percentage 60-plussers dat behoort tot de niet-beroepsbevolking is sterk afgenomen. Daarnaast is het aandeel zowel onder 50 tot 55-jarigen als onder 55 tot 60-jarigen in nog geen 15 jaar tijd bijna gehalveerd. Steeds meer ouderen blijven dus aan het werk.

In 2007 was de gemiddelde pensioenleeftijd 62 jaar. Dit geldt overigens niet voor iedereen. Zelfstandige ondernemers gaan gemiddeld later met pensioen (66 jaar) dan ambtenaren of mensen in de zorg (61 jaar).

Maar hoe zit het met de cijfers? Van alle vrouwen tussen de 60 en 65 jaar werkte in 1996 ongeveer vijf procent. Tegenwoordig is dit aandeel gestegen naar twintig procent. Ook de groep werkende vrouwen van 50 tot 55 jaar is in dertien jaar tijd explosief gestegen: van 37 procent naar 65 procent. En vergeet ook niet de mannen tussen de 60 en 65 jaar: van bijna 20 procent in 1996 naar bijna 40 procent in 2009.

Als de AOW-leeftijd ooit naar 67 jaar gaat, dan zal de netto arbeidsparticipatie van ouderen waarschijnlijk nog verder stijgen.