wildzwijn

Volgens het zogenoemde ‘nulstandbeleid’ mogen wilde zwijnen alleen voorkomen op de Veluwe en in de Meinweg in Limburg. Toch worden zij op steeds meer plaatsen in Nederland waargenomen, vooral in Limburg. En volgens het laatste DNA- onderzoek van Alterra komen zij lang niet allemaal uit de Meinweg.

Op diverse plekken in ons land komen zij nu al voor: in het Rijk van Nijmegen en in Brabant en Limburg. Langzaam maar zeker veroveren wilde zwijnen een steeds groter deel van Nederland, nulbestand of niet. De vraag is nu waar al die zwijnen vandaan komen en of de populatie genetisch vitaal is. Uit het onderzoek van Alterra blijkt dat de meeste dieren in Limburg vanuit omliggende populaties afkomstig zijn, dus niet alleen uit de Meinweg.

Genetisch onderzoek
“Wij hebben een genetische studie uitgevoerd. In samenwerking met jagers en terreinbeheerders hebben wij ruim zevenhonderd DNA-monsters van geschoten en door aanrijdingen omgekomen wilde zwijnen uit Limburg, Noord-Brabant, de Veluwe en aangrenzende delen van België en Duitsland, bestudeerd. Van elk dier hebben wij een genetisch profiel opgesteld met behulp van microsatellietmerkers. Zo hebben wij voor ieder individueel zwijn een uniek genetisch profiel op kunnen stellen. Er is altijd gedacht dat de Meinweg het brongebied was van waaruit het zwijn zich in Limburg verspreidde. Maar uit dit onderzoek blijkt dat dat niet in alle gevallen juist is,” aldus Hugh Jansman, onderzoeker bij Alterra.

Herkomst in kaart gebracht
Met behulp van het DNA zijn de onderzochte zwijnen ondergebracht in genetische clusters. Uit het onderzoek blijkt dat de zwijnen het Peelgebied hebben veroverd vanuit de Meinweg. Jansman: “Maar in andere delen van Limburg ziet het plaatje er anders uit. De zwijnen in de Kop van Limburg zijn bijvoorbeeld sterk verwant aan exemplaren uit het Duitse achterland ten oosten van Nijmegen en lijken door hun grote genetische diversiteit afkomstig uit verschillende Duitse bronpopulaties. De zwijnen in Limburg vormen vermoedelijk min of meer één populatie met hun soortgenoten net over de grens in Belgisch Limburg en de Voerstreek. En die zijn gezamenlijk afkomstig uit de Eiffel en de Ardennen. Zij komen dus van verschillende kanten ons land binnen.”

De populaties zwijnen in de Maasduinen en de zuidelijke Roerstreek blijken genetisch sterk af te wijken van alle andere populaties. Vermoedelijk zijn deze dieren op niet-natuurlijke wijze daar terechtgekomen. Een verklaring kan zijn dat enkele dieren expres zijn uitgezet door mensen, of onsnapt uit gevangenschap. Van daaruit hebben de dieren zich verder verspreid.