Hele vroege steltlopers die naast de dinosaurussen op zoek gingen naar voedsel, gedroegen zich net zo als de moderne watervogels. Dat blijkt uit 110 miljoen jaar oude fossielen die in Zuid-Korea zijn gevonden. Het wijst erop dat het gedrag van de vogels in al die jaren niet is veranderd, zo concluderen de onderzoekers van de universiteit in Kansas.

Moderne steltlopers pikken in de modder op zoek naar geleedpotigen om te eten. Daarbij blijven afdrukken in de modder achter. En die afdrukken hebben de onderzoekers in 110 miljoen jaar oud gesteente gevonden. Een waterdichte zaak, zo meent onderzoeker Amanda Falk. “Dit vertelt ons wat de dieren deden.”

De afdrukken die de onderzoekers gevonden hebben, zijn van twee soorten vogels of anders van één soort die op twee verschillende snelheden werkte. De gesteenten zijn gedateerd op 110 miljoen jaar. Het zijn daarmee veruit de oudste afdrukken ooit gevonden. Even voor uw beeldvorming: in die tijd waren de dinosaurussen er nog.

WIST U DAT…

…de prehistorische vogel Pelagornis chilensis alle records breekt?

Opvallend genoeg zijn er nooit restanten van steltlopers uit die tijd gevonden. De afdrukken suggereren dat die er wel waren en dat zou betekenen dat de moderne vogel al heel oud is en dat sommige vogels eigenlijk levende fossielen zijn. Een andere mogelijkheid is dat de vogels uit die tijd niet nauw verwant waren aan de moderne variant, maar wel dezelfde strategieën ontwikkelden om voedsel te vinden. Maar het eerste is aannemelijker. “Al deze steltlopers hebben dezelfde voeten,” vertelt Martin Lockley. Dus is er op het eerste gezicht geen reden om aan te nemen dat de voorouder van de moderne variant 110 miljoen jaar geleden nog niet bestond.