similicaudipteryx

Wetenschappers hebben het sterkste bewijs tot nog toe gevonden dat sommige dinosaurussen hun veren puur gebruikten om een partner te versieren. Ze schudden er waarschijnlijk flink op los met hun verenbos.

De onderzoekers bestudeerden de oviraptor. De laatste wervels van deze groep dinosaurussen vormden één geheel. Het staartbeen was als het ware vergroeid. “Deze structuur noemen we pygostyle,” vertelt onderzoeker Scott Persons. “Onder moderne dieren hebben alleen vogels deze nog.”

WIST U DAT…

Eén van de oviraptors die de onderzoekers bestudeerden, was de dinosaurus Similicaudipteryx. Deze had op het vergroeide staartbeen veren. Deze waaierden zich rond de staart uit. Van deze dino weten we dat hij niet kon vliegen. Waartoe dienden de veren dan? Het vermoeden bestond dat hij de veren gebruikte om een partner te versieren. Om te achterhalen of dat vermoeden klopte, bestudeerde Persons de structuur van het bot en de spieren in de staart. Uit het onderzoek blijkt dat de botten en spieren het mogelijk maakten voor Similicaudipteryx om flink met zijn staart te schudden en de veren op en neer te bewegen.

Similicaudipteryx was één van de eerste oviraptors. Maar ook latere exemplaren konden heel goed met hun staart schudden. Dat wijst erop dat de staart van dino’s uit deze groep ook veel later nog hetzelfde doel diende. “In die tijd waren er ook al dinosaurussen die veren gebruikten om te vliegen of om zich te beschermen tegen de kou,” vertelt Persons. “Dit (onderzoek, red.) laat zien dat dinosaurussen aan het einde van het Krijt al alles met hun vleugels konden doen wat ook moderne vogels nu doen.”