De Maya’s hadden sterk het idee dat ze als mens en volk onderdeel uitmaakten van de veel grotere kosmos. Wat in die kosmos gebeurde, had dan ook automatisch grote consequenties voor het individu. Een goede reden om het universum goed in de gaten te houden. Want een gewaarschuwd man telde – ook in die tijd – voor twee.

De Maya’s waren gek op de heldere sterrenhemel en alle sterren en planeten die zich daar ophielden. Het heelal hielp ze wanneer ze hun kalenders in wilden vullen, hun steden vorm moesten geven en gaf volgens het fascinerende volkje zelfs een stukje van de toekomst prijs.

Observatorium
Men doet er goed aan om de sterrenkundigen onder de Maya’s niet te onderschatten. Ze bestudeerden de hemel met verve en hadden zelfs speciale observatoria tot hun beschikking. Eén daarvan staat in Chichén Itzá en ziet er nog prima uit. Het observatorium heeft diverse gangen en een aantal daarvan liggen precies op één lijn met de zuidelijkste en noordelijkste plek waar de planeet Venus (chak’ek) ’s avonds ondergaat. De Maya’s wisten wat ze deden.

Venus. Foto: NASA

Venus
Venus was enorm belangrijk voor de sterrenkundigen en profeten. De laatstgenoemde groep baseerde een belangrijk deel van de profetieën op de planeet. Venus vertegenwoordigde het lot in de negatieve zin van het woord. Wanneer de planeet ’s ochtends of ’s avonds verscheen, was dat voor de Maya’s het teken dat er iets ergs ging gebeuren. Dat kon van alles betekenen: droogte of oorlog bijvoorbeeld. De Maya’s zagen de planeet heel nadrukkelijk als iets negatiefs. Velen van hen dachten zelfs dat de straling van de planeet hen zou beschadigen. Daarom gingen de luiken van veel huizen zodra de planeet verscheen, dicht.

Indrukwekkend
De Maya’s hadden geen telescopen of andere apparatuur en namen alles met het blote oog waar. Nog indrukwekkender is het feit dat ze ook de juiste verbanden wisten te leggen. Zo verschijnt Venus 260 dagen lang voor zonsopgang en een even lange periode na zonsondergang. Toch concludeerden de Maya’s terecht dat deze ochtend- en avondster in werkelijkheid dezelfde planeet was. Ook berekenden ze precies wanneer de planeet weer verschijnen zou en wanneer diens opkomst gepaard ging met de opkomst van andere hemellichamen. De omwenteling van de planeet duurde volgens de Maya’s 584 dagen. Moderne wetenschappers concludeerden dat het om 583,92 dagen gaat en daarmee zat het oude volk er slechts 0,08 dagen naast.

Het observatorium in Chichén Itzá. Foto: Jim Gateley

Onderwereld
Venus werd naadloos in de godsdienstige verhalen van de Maya’s opgenomen. Als de planeet onderging, dan bezocht deze het dodenrijk oftewel de onderwereld: Xibalba. Het is niet zo’n gek idee dat de Maya’s echt het idee hadden dat Venus na ondergang ‘verdween’. Het volk ging er namelijk vanuit dat de aarde plat was. Boven de aarde was de sterrenhemel. Daar bevonden zich ook de Mayavorsten die overleden waren. Wanneer deze met succes uit Xibalba wisten te ontsnappen, gingen ze namelijk voor eeuwig deel uitmaken van het universum. Onder de aarde bevond zich de gevreesde onderwereld.

Zon en maan
Ook de zon en de maan waren belangrijk voor de Maya’s. Volgens de mythe wisten de tweelingbroers Hunahpu en Xbalanque de bazen van de onderwereld met een trucje op het verkeerde been te zetten. Zo overwonnen ze het dodenrijk en om dat te vieren veranderen zij in de zon en maan. De Maya’s leken zich gedegen bewust van de invloed die deze twee hemellichamen op het dagelijks leven hadden. Het volk moest dan ook niet veel van zons- en maansverduisteringen hebben waarbij de tweeling door een donker monster leek te worden opgegeten.

Een deel van de Dresden Codex. Dit 'boekwerk' van de Maya's heeft het meeste weg van een soort almanak. Niet alleen de data, maar ook de banen van diverse planeten en sterren staan erin beschreven.

Dierenriem
Natuurlijk keken de sterrenkundigen en profeten veel verder dan Venus. Ze ontwikkelden zelfs hun eigen dierenriem. Deze verschilt sterk met die van ons westerlingen. Alleen de schorpioen duikt in beide dierenriemen op. Behalve de schorpioen hadden ook de schildpad (de gordel van Orion), jaguar (ram), kikker (het westelijke deel van de leeuw), papegaai (steenbok), vogel (weegschaal), geelbekslang (boogschutter), aap (maagd), stekelvarken (het oostelijke deel van de leeuw), skelet (vissen), vleermuis (waterman), ratelslang (plejaden) en uil (tweelingen). De sterrenkundigen en profeten combineerden twee sterrenbeelden met elkaar. Een paar bestond uit twee sterrenbeelden waarvan er één aan de oostelijke hemel en één an de westelijke hemel stond. Er is verder weinig over de dierenriem bekend; veel geschriften van de Maya’s zijn door de Spanjaarden vernietigd.

Macht
De cycli van hemellichamen waren dus doorslaggevend voor de Maya’s. Door naar de hemel te kijken, dachten ze te kunnen voorspellen wat er zou komen en wat er moest gebeuren. Dreigde er onheil? Dan moesten de goden zo spoedig mogelijk in de watten gelegd worden. En stonden de sterren ‘goed’? Dan was het tijd voor oorlog. Maar niet alleen de profeten gebruikten de sterrenhemel om hun zin door te drijven. Koningen deden dat net zo. Zo is van koning Yax Pac bekend dat hij zijn levensloop overtuigend met die van de kosmos wist te verbinden. En daardoor nam zijn macht en invloed toe.

De Maya’s waren als heuse wetenschappers in staat om hun kennis omtrent de sterrenhemel steeds verder uit te breiden. Maar de verklaring voor al die natuurverschijnselen bleven ze in hun godsdienst zoeken. Sterker nog: de wetenschap was ondergeschikt aan de godsdienst. Het bestuderen van de hemel was geen keuze, maar een noodzakelijkheid. Alleen zo kon achterhaald worden wat de goden met de aarde – in de ogen van de Maya’s een vierkante speelbal in de handen van meedogenloze goddelijke machten – voor ogen hadden.

Dit artikel maakt deel uit van een serie artikelen over de Maya’s. Eerder verschenen in deze reeks ook al de artikelen: Rekenen met de Maya’s en De Mayakalender: hoe zit het nu echt? Volgende week nemen we de goden en het scheppingsverhaal van de Maya’s onder de loep: De Maya’s: wat geloofden ze nu echt?