Sterren vormen in gigantische gaswolken in sterrenstelsels. De snelheid waarmee sterren ontstaan is de afgelopen miljarden jaren wel veranderd. In het jonge universum werden veel meer sterren geboren. Wetenschappers van het Max Planck Instituut hebben een mogelijke verklaring: sterren hadden vroeger meer brandstof.

Een paar miljard jaar na de oerknal bevatten normale stervormingsgebieden vijf tot tien keer meer koud gas dan wetenschappers tegenwoordig aantreffen in stervormingsgebieden. “We zijn er voor het eerst in geslaagd om koud moleculair gas in normale stervormingsgebieden te detecteren en te fotograferen”, vertelt Linda Tacconi van het Max Planck Instituut.

Drie tot vijf miljard jaar na de oerknal produceerden sterrenstelsels minimaal tien keer zoveel sterren als tegenwoordig. De vraag is of dit gebeurt door meer koud moleculair gas of omdat de vorming van sterren in het jonge universum veel efficiënter is dan tegenwoordig. Een internationaal team van wetenschappers denken dat de eerste verklaring goed is.

Tegenwoordig bestaan sterrenstelsels voor drie tot tien procent uit koud gas. Drie tot vijf miljard jaar na de oerknal lag dit percentage vijf tot tien keer zo hoog. Dit concludeert het team na waarnemingen met de IRAM radio-interferometer op het Plateau du Bur in Frankrijk.

“Dit is zeer interessant”, vindt Pierre Cox, de directeur van IRAM. “En er komt nog veel meer.”