Ze zijn onvervangbaar. Maar ook in Nederland zitten bijen ernstig in het nauw.

Talloze studies hebben de afgelopen jaren aangetoond dat bijen en hommels wereldwijd ernstig in de problemen zitten. Maar hoe is dat in Nederland? We vroegen het Arjen de Groot, onderzoeker bij Wageningen Environmental Research (WEnR), onderdeel van Wageningen UR. Het antwoord is ontnuchterend. “Meer dan de helft van de wilde bijen in Nederland staat op de rode lijst.”

De gehoornde metselbij. Deze bij treffen we vaak aan in bijenhotels. Foto: Vera Buhl (via Wikimedia Commons).

Verdwenen of bedreigd
Nederland herbergt zo’n 358 soorten wilde bijen. En maar liefst 188 daarvan worden op dit moment bedreigd of zijn reeds uit Nederland verdwenen. Zo komt de grote metselbij bijvoorbeeld niet langer in ons land voor. Hetzelfde geldt voor de zwaluwbij en waddenhommel. En verschillende soorten dreigen dat voorbeeld te volgen. Zo staat de boszandbij te boek als ‘ernstig bedreigd’ en is de Texelse zandbij volgens de meest recente Rode Lijst ‘kwetsbaar’. De meeste zorgen heeft De Groot echter over de hommels. “Die zitten echt in de problemen.”

Oorzaken
Natuurlijk is er de afgelopen jaren intensief onderzoek gedaan naar de enorme afname van het aantal bijen en hommels. “Er blijkt sprake te zijn van een complex van oorzaken die met elkaar samenhangen. Allereerst zien we dat het leefgebied van de bijen is afgenomen. Dat komt met name doordat de landbouw veel intensiever is geworden, maar ook door een toename in bebouwing en infrastructuur. Hierdoor zie je op en rond het land veel minder bloemen, en vinden bijen minder plekken om te nestelen. Daarnaast zorgt de bemesting en verzuring van de bodem ervoor dat planten die voor bijen en hommels belangrijk zijn, verdwijnen.” Een tweede belangrijke oorzaak van de achteruitgang van de bij is de inzet van pesticiden en dan met name neonicotinoïden. “Labonderzoek heeft uitgewezen dat het toedienen van deze pesticiden verschillende effecten heeft op een bij,” vertelt De Groot. “Zo beïnvloeden ze het oriëntatievermogen van de bij, waardoor deze minder voedsel kan vinden. De pesticiden zijn dus niet per se direct dodelijk, maar de bij heeft er wel last van als hij door het landschap beweegt. En dat resulteert in een verhoogde sterfte onder bijen.” In hoeverre die sterfte te wijten is aan de pesticiden en in hoeverre deze het resultaat is van een verlies aan leefgebied, is onduidelijk. “Het is de vraag of we daar ooit uit gaan komen en hoe belangrijk dat is: we zullen alle oorzaken samen moeten aanpakken.”

In dit artikel hebben we het eigenlijk alleen over wilde bijen en hommels. En dus niet over de door imkers gehouden honingbij die je op deze foto ziet. Deze honingbij heeft het overigens ook moeilijk, maar dat heeft deels andere oorzaken. Zo hebben de honingbijen te lijden onder plagen en parasieten. Afbeelding: Lolame / Pixabay.

Impact
Wat we wél zeker weten, is dat bijen en hommels het moeilijk hebben. En daar mag je je best zorgen over maken, vindt De Groot. “Bijen en hommels zijn sleutelspelers in hun ecosysteem.” Zo nemen ze de bestuiving van tal van plantensoorten op zich. “Veel van die plantensoorten zijn voor hun overleving afhankelijk van de bijen.” En als het aantal bijen afneemt, zullen die planten waarschijnlijk in het nauw komen. Wat ook weer een negatieve invloed heeft op de dieren die deze planten eten.

“Het is zeker niet zo dat er geen voedsel meer geteeld kan worden als de bijen verdwijnen, maar het assortiment zal wel veel kleiner worden”

Het klinkt misschien als een ver-van-ons-bed-show, maar dat is de bijensterfte zeker niet. Want de afname van het aantal bijen en hommels raakt ons mensen óók. Bijen en hommels bestuiven namelijk ook gewassen. “Als we kijken naar de akkerbouwgewassen valt het nog wel mee. Bijen en hommels bestuiven er maar een paar. Denk aan boontjes en koolzaad, bijvoorbeeld. Veel bekende gewassen als mais en tarwe worden niet door bijen en hommels bestoven.” Waar de bijensterfte wel goed gevoeld wordt? In de fruitteelt. “Wilde bijen werken daar heel hard mee en zijn verantwoordelijk voor een substantieel deel van de winst. In het geval van blauwe bessen gaat het om zo’n 10 procent. Bij appels en peren zelfs om 25 tot 40 procent.” En sommige soorten – zoals de bekende Elstar-appels – zouden zonder hulp van wilde bijen zelfs niet rendabel te telen zijn. “Het is zeker niet zo dat er geen voedsel meer geteeld kan worden als de bijen verdwijnen, maar het assortiment zal wel veel kleiner worden,” legt De Groot uit. “Zowel de hoeveelheid als de kwaliteit van het fruit gaat achteruit (zie kader, red.). En dat is op dit moment het meest urgente probleem.”

Kwaliteit van fruit
In het voorjaar zie je de mooiste bloesems aan de fruitbomen zitten. En we zijn niet anders gewend dan dat die bloemen plaatsmaken voor vruchten. Maar dat is niet vanzelfsprekend. Een bloem kan alleen maar een vrucht voortbrengen als er bestuiving plaatsvindt. Maar bestuivers zijn niet alleen van invloed op de mate waarin een boom vrucht draagt. Ze bepalen voor een groot deel ook de kwaliteit van het fruit. “Als een appelbloem bijvoorbeeld niet goed bestoven wordt, krijg je geen mooie ronde appel.”

Een bijenhotel. Enkele ‘kamers’ zijn al door bijen met eitjes gevuld en dichtgemetseld. Afbeelding: Tim Kraaijvanger.

Aan de slag!
Reden genoeg om in actie te komen en de bijensterfte aan te pakken. “Het tij kan nog gekeerd worden,” vertelt De Groot. Maar hoe dan? “We moeten het leefgebied van de bij herstellen. Dat betekent dat we plekken moeten creëren waar de bij voedsel kan verzamelen én kan nestelen.” Dat laatst is heel belangrijk, omdat bijen die op zoek zijn naar voedsel – vanaf hun nest geteld – hooguit een paar honderd meter afleggen. “Als je ergens bloemen inzaait voor de bijen, moet je daar dus ook een nestelplek creëren.” Wie hier thuis mee aan de slag wil gaan, kan verschillende dingen doen. Zo kun je wilde bloemen in je tuin zaaien. “Maar dat hoeft meestal niet eens,” legt De Groot uit. “Veel bijen hebben namelijk helemaal niet zulke bijzondere plantensoorten nodig. Ze zijn ook blij met klavers, paardenbloemen en madeliefjes.” Helaas maken die planten in onze tuin vaak geen schijn van kans. We maaien daarvoor te regelmatig het gazon en gaan te vaak met de schoffel aan de slag. “Maai eens wat later en laat die bloemen wat langer staan. Of kies ervoor om gefaseerd te maaien, dus eerst de ene helft van het gazon en later de andere helft. Zo is er altijd voedsel beschikbaar voor de bijen.” En dan de nestelplek nog. Op het moment zijn de bijenhotels vrij populair. “Hartstikke leuk, vooral als je wilt zien hoe de bij leeft,” vindt De Groot. Maar of je er echt het verschil mee gaat maken? Waarschijnlijk niet. “Een groot deel van de Nederlandse bijensoorten nestelt niet in een bijenhotel, maar onder de grond. En dus moet je zorgen dat je in de bodem een plek maakt voor de bij.” Kies bijvoorbeeld eens voor een zandpad in je tuin, in plaats van een met grote stenen betegeld paadje.

Wilde bloemenmengsels zijn niet alleen heel goed voor de bij, maar ook nog eens prachtig om te zien. Let wel goed op welke bloemen er precies in het mengsel zitten. “Wat nu vaak misgaat, is dat bloemenmengsels exotische soorten bevatten en daar hebben de Nederlandse bijen niks aan, omdat ze niet bij de pollen en nectar kunnen komen.” Een voorbeeldje: de mediterrane klaver. “Hij ziet er net zo uit als de rode klaver, maar de Nederlandse bij kan er weinig mee. Hetzelfde geldt bijvoorbeeld voor chrysanten en phacelia of bijenbrood.” Afbeelding: AdinaVoicu / Pixabay.

Je staat als individu dus zeker niet machteloos als het gaat om de bijensterfte. Maar het echte verschil maak je samen. “Iedereen heeft hier een rol in,” vindt De Groot. “Boeren kunnen ook veel doen. Bijvoorbeeld door klavers te laten staan, akkerranden in te zaaien en houtwallen rond hun perceel aan te leggen.” En ook de overheid kan helpen. “Er is een enorm oppervlak aan bermen en dijken en daar kun je met een ander type beheer het verschil maken.” Bijvoorbeeld door bloemen in te zaaien of gefaseerd te maaien. “Maar ook ondernemers kunnen hun steentje bijdragen door enkele hoekjes op het bedrijventerrein in te zaaien. Juist in een stedelijke omgeving kan dat echt helpen.” Het goede nieuws is dat steeds meer mensen zich ook daadwerkelijk voor bijen en hommels in gaan zetten. “In verschillende regio’s in Nederland slaan mensen de handen ineen om samen maatregelen te nemen en een ‘bijenlandschap’ te creëren,” vertelt De Groot. “
En in de Nationale Bijenstrategie (opgesteld door de Rijksoverheid en gericht op het laten groeien van de bijen- en hommelpopulaties, red.) werken partijen van allerlei pluimage samen, en hebben inmiddels meer dan vijftig organisaties beloofd actie te gaan ondernemen.”

Meer weten?
Wil je meer weten over het nut van bijen en hommels en wat jíj kunt doen aan het behoud van deze bestuivers? Kijk dan eens op de site van de Wageningen University of de site van Kennisimpuls Bestuivers. De laatstgenoemde organisatie heeft alle kennis over bijen en hommels verzameld en vertaald naar specifieke doelgroepen. Zo ondersteunt de organisatie onder andere de partijen die de door de overheid in het leven geroepen Nationale Bijenstrategie handen en voeten gaan geven.

Er is dus werk aan de winkel. “Ik heb goede hoop dat het gaat lukken, maar dan moeten we nu wel doorpakken,” aldus De Groot. “De nieuwe rode lijst laat zien dat het aantal bijensoorten dat in Nederland verdwenen is, toeneemt. En er zijn veel soorten waar we een sterke dalende trend zien. Dat is zeker zorgwekkend. Dit is een trend die we tijdig moeten keren.” En als dat niet lukt? Stevenen we dan af op een Nederland zonder bijen en hommels? De Groot denkt van niet. Maar mooier wordt ons land er ook niet van. “Ik denk dat sommige bijensoorten altijd zullen blijven. Maar de diversiteit zal afnemen en dat moet je niet willen. Nog even afgezien van hun productiewaarde en de rol die ze spelen in de voedselvoorziening: dit zijn gewoon ontzettend mooie beestjes.”