Op 8 juni 1924 verdwenen de Britse bergbeklimmers George Mallory en Andrew Irvine nabij de top van de Mount Everest. Zij probeerden als eersten de hoogste berg ter wereld te beklimmen. Fysicus G. W. Kent Moore van de universiteit van Toronto bestudeerde oude weerdata en denkt dat het duo is overleden tijdens een zware storm.

“Het was een echt eureka-moment”, zegt Moore tegen OurAmazingPlanet. Hij vond een document, waaruit blijkt dat de luchtdruk in de dagen voor 8 juni 1924 daalde. Moore weet wat een daling in luchtdruk in de Himalaya betekent: slecht weer.

Als de luchtdruk in een gebied daalt, dan raast lucht uit andere gebieden naar het lagedrukgebied toe. Al die lucht moet ergens naar toe, en meestal gaat het dan omhoog. Hierdoor ontstaan hevige stormen.

Er heerst wel vaker slecht weer op de top van de Mount Everest. In 1996 kwamen acht mensen om het leven door een hevige storm op de Mount Everest. Data uit 1996 laten zien dat de luchtdruk twee dagen voor de zware storm flink daalde. Net als in 1924.

Irvine nog steeds vermist
Mallory en Irvine verlieten op 8 juni 1924 hun kamp: een kilometer onder de top van de Mount Everest. Daarna keerden ze nooit meer terug. Mollory’s lichaam werd in 1999 gevonden door een expeditieteam. De laatste rustplaats van Irvine en zijn Vest Pocket Kodak camera is nog nooit ontdekt.

De eerste mensen op de top?
Als de camera wordt gevonden, kunnen de foto’s aantonen of de bergbeklimmers op de heenweg of de terugweg zijn overleden. Dit is belangrijk, want als ze op de terugweg stierven, dan zijn Mallory en Irvine de eerste mensen op de top van de Mount Everest geweest. Op dit moment is dit record in handen van de Nieuw-Zeelander Edmund Hillary, die de top als eerste bereikte in 1953.