supernovarestant

Nieuw onderzoek suggereert dat supernova’s minder superzware elementen produceren dan gedacht. Die conclusie trekken onderzoekers nadat ze een kijkje op de bodem van de oceaan hebben genomen.

Je zou denken dat mensen die onderzoek doen naar supernova’s (sterren die exploderen) geneigd zijn om omhoog te kijken. Maar onderzoekers van de Australian National University deden precies het omgekeerde. Ze keken omlaag. En wel naar de bodem van de oceaan. “Kleine hoeveelheden puin van deze verre explosies vallen op de aarde,” legt onderzoeker Anton Wallner uit. “Wij analyseerden galactisch stof van de laatste 25 miljoen jaar dat zich op de bodem van de oceaan gevestigd heeft.”

Een supernova
Een supernova ontstaat als een ster aan het eind van zijn leven komt en zijn nucleaire brandstof verbruikt heeft. Een deel van de massa van de ster stroomt in de kern en de kern wordt zo zwaar dat deze instort. Het resulteert in een enorme explosie. Een supernova kan ook ontstaan in een dubbelstersysteem. Namelijk wanneer één van de sterren materiaal van de andere ster steelt. Uiteindelijk wordt de stelende ster zo zwaar dat ook deze explodeert.

Uranium
En uit dat onderzoek blijkt dat dat stof minder zware elementen zoals plutonium en uranium bevat dan gedacht. De resultaten zijn in strijd met de huidige theorieën die onderzoekers er omtrent supernova’s op nahouden. Volgens deze theorieën zijn supernova’s niet alleen verantwoordelijk voor de productie en verspreiding van materialen die belangrijk zijn voor leven (ijzer, kalium en jodium) maar ook voor de productie van lood, zilver, goud en zwaardere radioactieve elementen zoals plutonium en uranium.

Plutonium-244
De onderzoekers bestudeerden met name plutonium-244. “Het plutonium-244 dat bestond toen de aarde zich uit gas en stof vormde, is al lang vergaan,” vertelt Wallner. “Dus plutonium-244 dat we nu op aarde aantreffen, moet wel ontstaan zijn tijdens explosies die recenter – ergens in de laatste honderd miljoen jaar – hebben plaatsgevonden.” De onderzoekers analyseerden een tien centimeter dik monster van de aardkorst en sedimenten op de bodem van de Stille Oceaan. “We ontdekten honderd keer minder plutonium-244 dan we hadden verwacht.”

Het onderzoek wijst erop dat de zwaarste elementen niet tijdens ‘gewone’ supernova-explosies ontstaan. “Er zijn wellicht zeldzamere en explosievere uitbarstingen – zoals de samensmelting van twee neutronnensterren – voor nodig om deze te maken.” Dat er op aarde plutonium te vinden was en nog steeds uranium en thorium wordt aangetroffen, suggereert dus bovendien dat zo’n zeer explosieve gebeurtenis dicht bij de aarde moet hebben plaatsgevonden in de tijd dat deze tot stand kwam. “Radioactieve elementen in onze planeet – zoals uranium en thorium – voorzien onze planeet van een groot deel van de warmte die de continentale beweging mogelijk maakt. Misschien hebben andere planeten niet dezelfde warmtebron in zich.”