Slim worden door chocolade te nuttigen: dat klinkt geweldig. En voor de poelslak gaat het nog op ook, zo blijkt uit onderzoek. Een stofje in pure chocolade blijkt het geheugen van de slak aanzienlijk te verbeteren.

Dat schrijven onderzoekers in het blad Journal of Experimental Biology. Ze baseren hun conclusies op experimenten.

Poelslak
Voor deze experimenten maakten de onderzoekers gebruik van de poelslak (Lymnaea stagnalis). Deze slak leeft in zoet water en ademt door zijn huid. Maar wanneer de hoeveelheid zuurstof in het water terugloopt, kan hij een gaatje waardoor hij ook adem kan halen, boven het oppervlak uitsteken en zo toch voldoende zuurstof binnenhalen. Nu is het mogelijk om slakken te leren om dat gaatje niet te gebruiken en wel door elke keer als de slak het openen wil, er een tikje op te geven.

Training
De onderzoekers zetten de slakken in water met weinig zuurstof en leerden ze door tikjes uit te delen dat ze hun ademgat gesloten moesten houden. Wanneer zo’n ‘training’ een half uurtje duurde, herinnerden de slakken hetgeen ze geleerd hadden maar kort: minder dan drie uur. De training was dus niet genoeg om de herinnering in het langetermijngeheugen te krijgen.

Niet zo vergezocht?

Het idee dat een stofje in chocolade het geheugen goed zou doen, is niet nieuw. Al jarenlang wordt chocolade aangeduid als superfruit dat goed is voor lichaam en geest. Maar bewijs dat chocolade het geheugen goed doet, is weinig overtuigend. Dat is ook één van de redenen dat dit onderzoek is uitgevoerd. Het bewijst echter nog niet dat chocolade ook uw geheugen goed doet. En het is twijfelachtig of we daar op korte termijn überhaupt achter gaan komen. Het is namelijk wel heel moeilijk om vast te stellen welk effect één stofje in chocolade op het brein van zo’n complex organisme als wij mensen zijn, heeft.

Epi
Maar hoe zou dat gaan wanneer de slakken het stofje epicatechine (kortweg: epi) toegediend zouden krijgen? Dit stofje zit onder meer in pure chocolade. De onderzoekers namen de proef op de som. Ze dienden de slakken epi toe en trainden ze een half uur. Tot hun verbazing herinnerden de slakken zich ondanks de korte training een dag later nog dat ze hun ademgat dicht moesten houden. Sterker nog: twee trainingssessies was voldoende om er voor te zorgen dat de slakken zich meer dan drie dagen later nog konden herinneren dat ze hun ademgat dicht moesten houden.

Sterk
Grote vraag was natuurlijk hoe sterk deze herinnering was. Om dat uit te zoeken lieten de onderzoekers de slakken aan nog een experiment deelnemen. Ze probeerden de slakken een nieuwe herinnering aan te laten maken die haaks stond op de oude, namelijk: de slakken leerden dat ze hun ademgat gewoon konden openen. Maar de slakken die hun oude herinnering met behulp van epi hadden aangemaakt, wilden daar niets van weten. Ze hielden hun ademgat dicht. Dat wijst erop dat de herinnering supersterk was. Zo sterk dat deze niet kon worden uitgewist.

Maar hoe zorgt epi er nu voor dat de slakken zich dingen beter kunnen herinneren? Het onderzoek wijst erop dat het zenuwcellen die direct betrokken zijn bij het opslaan van informatie, beïnvloedt.