Wetenschappers hebben ontdekt dat in het sperma van veel mannelijke dieren een stofje zit dat een directe invloed heeft op het vrouwelijke brein. Het moedigt de vrouwelijke hersenen aan om de eisprong nu plaats te laten vinden.

Mannelijke zoogdieren beschikken over klieren die een bepaalde vloeistof aan het sperma toevoegen. Lang was onduidelijk waar deze klieren precies voor dienden. “Dankzij ons onderzoek weten we nu dat deze klieren grote hoeveelheden van een eiwit produceren en dat eiwit heeft een direct effect op de vrouw,” vertelt onderzoeker Gregg Adams.

OIF
Adams en zijn collega’s bestudeerden tal van zoogdieren. Ze vergeleken het nieuw ontdekte eiwit – dat de naam ovulation-inducing factor (OIF) heeft gekregen – met een ander eiwit: NGF (nerve growth factor). “Tot onze verbazing blijken dit twee dezelfde moleculen te zijn. Nog verbazingwekkender is dat het effect dat NGF op de vrouw heeft niet eerder herkend is, aangezien het zo overvloedig in sperma voorkomt.” Uit het onderzoek blijkt dat OIF/NGF een signaal afgeeft aan de hypothalamus en de hypofyse van de vrouw. Dat zorgt er weer voor dat er heel veel hormonen worden geproduceerd die de eierstokken de opdracht geven om een eicel (bij sommige soorten: meerdere eicellen) los te laten. Dat schrijven de onderzoekers in het blad Proceedings of the National Academy of Sciences.

Overal
De onderzoekers hebben OIF/NGF tot op heden in alle zoogdieren die ze bestudeerden, teruggevonden. Onder meer lama’s, koala’s, varkens, konijnen, muizen en ook mensen beschikken erover. Het onderzoek van Adams wijst erop dat OIF/NGF in verschillende soorten dezelfde effecten heeft. “Het idee dat een substantie in het sperma van zoogdieren een direct effect heeft op het vrouwelijk brein, is nieuw. Deze ontdekking helpt ons de mechanismen achter de ovulatie beter begrijpen en roept enkele interessante vragen over vruchtbaarheid op.”

Dat de man invloed heeft op de ovulatie (en dus het vruchtbare moment van de vrouw) zou een handig trucje van de natuur zijn. Een man en vrouw kunnen alleen voor nageslacht zorgen wanneer ze de eicel en sperma bij elkaar brengen. Een eicel leeft echter maar kort: 8 tot 12 uur na de eisprong sterft deze al af. Dat betekent dat deze niet lang na de eisprong al bevrucht moet worden. Dat kan op meerdere manieren: door direct na de eisprong seks te hebben of door kort voor de eisprong seks te hebben (sperma kan enige tijd in het vrouwelijk lichaam overleven en ‘wachten’ tot de eicel vrijkomt). Maar in beide gevallen moet men dan wel weten wanneer de eisprong ongeveer plaatsvindt. Als de man met zijn sperma invloed uit kan oefenen op het moment van de eisprong, wordt de kans op bevruchting een stuk groter.