Veranderingen in het brein van stotteraars hebben niet alleen invloed op spraak, zo blijkt uit onderzoek.

Er is al veel onderzoek gedaan naar stotteren en wetenschappers weten al heel veel over de aandoening. Zo is bekend dat stotteraars enkele taken die door de linkerhersenhelft moeten worden uitgevoerd door de rechterhersenhelft laten doen.

Hersenhelft
Eerder onderzoek wijst erop dat stotteraars het lastig vinden om hetgeen ze horen in verband te brengen met hetgeen ze zeggen. Dat verband wordt door mensen die vloeiend spreken gelegd in de linkerhersenhelft. Maar de stotteraars laten hun rechterhersenhelft voor die taak opdraaien. Waarschijnlijk omdat de linkerhersenhelft het om wat voor reden dan ook niet kan. De rechterhersenhelft doet zijn best, maar kan het niet zo goed als de linkerkant.

WIST U DAT…

…jonge apen net als jonge kinderen door verhalen van hun ouders heen praten?

Meer dan taal?
Onderzoekers vroegen zich af of dat probleem misschien verder strekte dan taal. In andere woorden: hebben stotteraars moeite met nog meer taken, omdat die linkerhersenhelft niet helemaal werkt zoals het zou moeten?

Meetikken
De wetenschappers verzamelden mensen die stotterden en mensen die vloeiend spraken. De proefpersonen kregen klikjes te horen en moesten met hun vinger meetikken. De onderzoekers verstoorden elektrische signalen in het brein. Onder meer de elektrische signalen die het brein van stotteraars afgaf en die ervoor zorgden dat zij stotterden.

De resultaten zijn opvallend. Mensen die niet stotterden, konden goed meetikken. Tenzij de signalen in hun linkerhersenhelft werden verstoord. Als hun rechterhersenhelft werd verstoord, was er niets aan de hand. Bij de stotteraars was het net andersom. Het onderzoek laat zien dat de hersenen van stotteraars ook kwesties die niets te maken hebben met spraak heel anders oplossen.