clownvis

Meer dan 95% van alle vissen is een straalvinnige vis. 66 miljoen jaar geleden domineerden haaien de oceanen en delfden de straalvinnigen nog het onderspit, maar dit veranderde kort na het uitsterven van de dinosauriërs.

In een nieuw paper beweren onderzoekers dat het aantal straalvinnigen explosief steeg na de Krijt-Paleogeen-massa-extinctie, die 66 miljoen jaar geleden plaatsvond. In enkele miljoenen jaren verdwenen alle dinosauriërs met uitzondering van sommige vogels. Wetenschappers denken dat deze massa-extinctie is veroorzaakt door een meteorietinslag.

De Asteroceras obtusum was een ammoniet. Dit zeediertje werd acht tot twintig centimeter groot.

De Asteroceras obtusum was een ammoniet. Dit zeediertje werd acht tot twintig centimeter groot.

Ook de haaien overleefden deze massa-extinctie, maar hun aantallen bleven de jaren erna gelijk. De straalvinnigen wonnen snel terrein. Volgens de auteurs kwam dit door het verdwijnen van de ammonieten. Deze zeedieren behoorden tot de groep inktvissen en leefden in een grote spiraalvormige schelp. Sommige ammonieten waren gigantisch groot. Zo zijn er exemplaren gevonden die een schelp met een doorsnede van meer dan 2,5 meter hadden.

De ammonieten hadden unieke voortplantingsstrategie. De jongen maakten namelijk deel uit van het plankton aan het zeeoppervlak. Maar door zure regen en verduistering van de zon door stofwolken slaagden de eitjes er 66 miljoen jaar geleden niet meer in om te ontwikkelen tot volwassen ammonieten. Onderzoekers denken dat straalvinnigen hier van profiteerden. Ammonieten waren namelijk concurrenten van straalvinnigen en hadden het voorzien op dezelfde prooien. Na het verdwijnen van de grootste concurrent hadden straalvinnigen ineens veel voedsel tot hun beschikking en konden ze zich razendsnel vermenigvuldigen.