zebravink

Een zangvogel die kort na de geboorte wordt blootgesteld aan stresshormonen is zelfstandiger dan een niet-gestreste soortgenoot. Dit beweert gedragsbiologe Neeltje Boogert in een paper in het wetenschappelijke vakblad Current Biology.

Boogert loste een stresshormoon op in pindaolie en gaf deze vervolgens aan de helft van alle kuikens in dertien zebravinknesten. De andere kuikens kregen ook pindaolie, maar dan zonder het stresshormoon. Vervolgens werden de vogels losgelaten in twee grote volières, waar de zebravinken in contact kwamen met andere niet-verwante vogels.

Nakomertjes zijn avontuurlijker
De volgorde waarin verschillende vogeltjes uit één nest uit hun ei kruipen, heeft invloed op hun gedrag. De oudste zebravinkjes zijn bijvoorbeeld een stuk minder avontuurlijk dan de jongste vogeltjes in het nest.

Gestreste kuikens spenderen minder tijd in de buurt van hun ouders. Daarnaast waren zij minder kieskeurig met wie zij samen de voederplaats bezochten. Ze namen hierdoor een meer centrale positie in hun sociale netwerk in. Het gevolg: veel sociale contacten, maar weinig goede vrienden. Verder viel op dat niet-gestreste zangvogels het gedrag van hun ouders kopiëren om een puzzel op te lossen, terwijl gestreste zangvogels juist van niet-verwante volwassen vogels leerden. Gestreste zangvogels gingen zelfstandig op zoek naar de oplossing van de puzzel en konden deze daardoor sneller oplossen.

Uit het onderzoek van Boogert blijkt dat vroege, stressvolle ervaringen een grote invloed hebben op het latere sociale leven van vogels. Mogelijk zijn er parallellen met bijvoorbeeld kinderen met traumatische vroege levenservaringen. Het is namelijk bekend dat zij meer moeite hebben met het opbouwen van hechte sociale relaties.