Nieuw onderzoek suggereert dat de ‘strijd’ tussen religie en wetenschap ontstaat door de manier waarop ons brein in elkaar steekt.

Eerder onderzoek suggereerde dat we om in een bovennatuurlijke macht of god te kunnen geloven, het hersennetwerk dat we gebruiken voor analytisch denken moeten onderdrukken. Het omgekeerde is ook waar: wanneer we analytisch denken, onderdrukken we het deel van de hersenen dat we gebruiken om te geloven in het bovennatuurlijke.

Experimenten
Nieuw onderzoek heeft zich nu nog eens in de strijd tussen geloof en wetenschap vastgebeten. Onderzoekers van Case Western University voerden acht experimenten uit. Aan elk experiment namen 159 tot 527 proefpersonen deel.

Empathisch
Uit de experimenten blijkt dat mensen om te geloven in een bovennatuurlijke macht niet alleen het hersennetwerk dat we gebruiken voor analytisch denken onderdrukken, maar tevens het empathisch netwerk (dat ons helpt om ons in anderen in te leven) activeren.
Tevens blijkt uit het onderzoek dat hoe sterker mensen met anderen meeleefden, hoe groter de kans was dat ze gelovig waren. Atheïsten bleken meer op één lijn te zitten met psychopaten. Niet de moordenaars, maar het grote deel van de bevolking dat als psychopaat te boek staat, omdat het zich niet of moeilijk in anderen kan inleven.

Nieuw atheïsme

De Nieuw atheïsme-beweging pleit ervoor om alleen maar analytisch te denken en ons te laten leiden door wetenschappelijke overtuigingen. Maar daarmee doen we onszelf tekort, zo stellen de onderzoekers. Dan komt namelijk ons sociaal en moreel inzicht in het geding. De onderzoekers zijn het wel met de nieuwe atheïsten eens dat het onderdrukken van het analytisch denken op verkeerde momenten gevaarlijk kan zijn en denken dan bijvoorbeeld aan religieuze oorlogen. “Maar het is een vertekening van de geschiedenis om alle conflicten te herleiden naar religie,” benadrukt onderzoeker Tony Jack. “Niet-religieuze politieke overtuigingen zoals het fascisme, communisme en quasi-wetenschappelijke bewegingen zoals de eugenetica (rasverbetering, red.) hebben ook grote schade aangericht.”

Fel
Net als eerdere onderzoeken toont deze studie aan dat analytisch denken de acceptatie van spirituele of religieuze overtuigingen ontmoedigt. Maar tegelijkertijd tonen alle acht de experimenten aan dat empathie belangrijker is voor de religieuze overtuiging dan analytisch denken is voor ongeloof. Het roept een interessante vraag op: want hoe kan het conflict tussen geloof en religie dan zo fel worden? “Omdat de netwerken elkaar onderdrukken, kunnen twee extremen ontstaan,” stelt onderzoeker Richard Boyatzis. “Wanneer we erkennen dat dat nu eenmaal de manier is waarop ons brein werkt, kunnen we wellicht redelijker en gebalanceerder uit de hoek komen tijdens gesprekken over wetenschap en religie.”

Beide netwerken gebruiken
De onderzoekers benadrukken bovendien dat mensen gebouwd zijn om beide netwerken te gebruiken. “Religie staat niet altijd haaks op wetenschap en kan onder de juiste omstandigheden wetenschappelijke creativiteit en inzicht promoten,” stelt onderzoeker Tony Jack. “Veel van de meest beroemde wetenschappers waren gelovig of spiritueel. Deze individuen waren slim genoeg om te zien dat er geen reden is voor religie en wetenschap om met elkaar in conflict te raken.”

Om te voorkomen dat de manier waarop ons brein in elkaar steekt ons voortdurend meesleept in een conflict tussen religie en wetenschap, moeten we ons aan een aantal simpele regels houden, zo stellen de onderzoekers. “Religie is niet in de positie om ons te vertellen hoe de wereld fysiek in elkaar steekt: dat is het gebied van de wetenschap,” stelt Jack. De wetenschap kan informatie opleveren die ons helpt om ethische grenzen te stellen, maar “wetenschap kan niet bepalen wat ethisch is of ons vertellen hoe we betekenis en een doel aan ons leven kunnen geven.”