Ieder sterrenstelsel heeft een supermassief zwart gat in het centrum. Sommige van deze zwarte gaten zijn een miljoen keer zo zwaar als de zon. Uit nieuw onderzoek blijkt dat deze supermassieve zwarte gaten de mate van stervorming in een sterrenstelsel beïnvloeden.

Dit idee is niet nieuw. Astrofysici weten al langer dat supermassieve zwarte gaten meegenomen moeten worden in simulaties van de evolutie van sterrenstelsels. Pas dan ontstaan er namelijk sterrenstelsels die overeenkomen met sterrenstelsels die astronomen in het heelal aantreffen. Toch wisten wetenschappers tot nu toe niet exact waarom het nodig was om zwarte gaten mee te nemen.

Eindelijk keihard bewijs
Dat is nu veranderd, omdat onderzoekers voor het eerst bewijs hebben gevonden van de wisselwerking tussen een supermassieve zwarte gat en stervorming. Onderzoeker Ignacio Martín-Navarro en zijn collega’s gebruikten de spectrograaf van de Hobby-Eberly-telescoop om het spectrum van verschillende sterrenstelsels te analyseren. Vervolgens zochten ze uit op welke plekken in een sterrenstelsel jonge sterren worden geboren en waar de oudjes zijn gevestigd.

Uit deze analyse blijkt dat het stervormingsproces in sterrenstelsels met een zwaarder supermassief zwart gat sneller stopt dan in sterrenstelsels met een klein supermassief zwart gat. Het paper is te lezen in het wetenschappelijke vakblad Nature.

Helderheid en stervorming
Andere onderzoekers hebben gezocht naar een verband tussen de helderheid van een zwart gat en stervorming in een sterrenstelsel, maar vonden geen verband. Toch is dat volgens Ignacio Martín-Navarro te verklaren. “Een supermassief zwart gat licht alleen op wanneer het actief materie opslokt en dat is dus vrij onvoorspelbaar.” Zo heeft het supermassieve zwarte gat in ons eigen sterrenstelsel al zes miljoen jaar geen grote maaltijd meer gehad. Daarnaast is stervorming een veel langer proces, dat honderden miljoenen jaren duurt.