GEOLOGIE  Het Kanaal is een waterweg die Engeland en Frankrijk van elkaar scheiden. Hoe is deze brede geul ontstaan? Wetenschappers concluderen dat het Kanaal tijdens de drie ijstijden een superrivier was, die de weg vrijmaakte voor het huidige Kanaal. Nog nooit was het beeld over deze zeestraat zo compleet.

Ongeveer 500.000 jaar geleden was het zuidoostelijke deel van Groot-Brittannië verbonden met het hedendaagse Dover (Frankrijk) door een landbrug. Ruwweg 450.000 jaar geleden – tijdens het Elsterein – kwam water vast te zitten tussen de Britse en Fennoscandinavische ijskappen, waardoor een gigantische meer ontstond. Dit meer werd in het noorden begrensd door gletsjers en in het zuiden door de Brits-Franse landbrug.

Veel rivieren mondden uit in het meer, dat net onder de huidige Noordzee lag. Uiteindelijk overstroomde het meer, waarbij het water zachte kalk en sedimenten meenam naar de Golf van Biskaje. Deze superrivier is nu bekend als het Kanaal.

Aan de hand van sedimenten op de bodem van het Kanaal konden wetenschappers zien dat de superrivier in drie verschillende tijden actief werd gebruikt: 450.000 jaar geleden, 160.000 jaar geleden en 90.000 tot 30.000 jaar geleden. In warme periodes vulde het Engelse Kanaal zich simpelweg met water. Nu is het Kanaal dus rustig, maar mocht er weer een ijstijd plaatsvinden, dan ontstaat er waarschijnlijk weer een superrivier (afhankelijk van de omstandigheden).

Het onderzoek toont aan dat Groot-Brittannië net voor iedere ijstijd per voet te bereiken was. Planten, dieren en mensen konden zo gemakkelijk het land bereiken. Dit is interessante informatie voor archeologen, want het kan maar zo dat de eerste nederzetting net voor een ijstijd ontstond.