Astronomen hebben sporen van een superstorm gevonden in de atmosfeer van een exoplaneet. Nauwkeurige waarnemeningen laten zien dat gas in de atmosfeer van HD209458b, een zogenaamde ‘hete Jupiter’, met enorme snelheid de dagzijde van de planeet verlaat en naar de koelere nachtzijde stroomt.

“HD209458b is zeker geen plek voor doetjes. Door met grote nauwkeurigheid het giftige koolmonoxidegas te bestuderen, hebben we het bewijs gevonden voor een superwind die snelheden van 5000 tot 10.000 kilometer per uur bereikt,” zegt Ignas Snellen, die het onderzoeksteam leidde.

HD209458 is iets minder massief dan Jupiter en bevindt zich op een afstand van slechts 7,5 miljoen kilometer bij de moederster vandaan. Dat is twintig keer zo klein als de afstand tussen de zon en de aarde. Hierdoor is het erg warm op de dagzijde van de ‘hete Jupiter’, namelijk zo’n duizend graden.

“Op aarde leiden grote temperatuurverschillen in de atmosfeer onvermijdelijk tot veel wind,” zegt teamlid Simon Albrecht. “En zoals onze nieuwe metingen laten zien, is de situatie op HD209458b niet anders.”

Over HD209458b
HD209458b was elf jaar geleden de eerste exoplaneet die met behulp van de zogeheten transitmethode werd ontdekt. Om de drieënhalve dag beweegt de planeet vóór zijn moederster langs, waardoor er gedurende drie uur een klein beetje sterlicht wordt tegengehouden. Tijdens zo’n planeetovergang gaat een minieme fractie van het sterlicht door de planeetatmosfeer, die daardoor een zwakke vingerafdruk in het sterlicht achterlaat.

Vingerafdruk
Een team sterrenkundigen van de Universiteit Leiden, het Nederlandse expertise-instituut voor ruimteonderzoek SRON en het Massachusetts Institute of Technology (MIT) in de VS heeft deze zwakke vingerafdruk gedetecteerd en geanalyseerd met behulp van ESO’s Very Large Telescope en zijn krachtige CRIRES-spectrograaf. Alles bij elkaar is de planeet vijf uur waargenomen op momenten dat hij zich vóór zijn ster bevond.

Koolmonoxidegas
“CRIRES is het enige instrument ter wereld dat spectra kan afleveren die scherp genoeg zijn om de posities van de koolmonoxidelijnen tot een nauwkeurigheid van 1 op 100.000 vast te stellen,” aldus medeteamlid Remco de Kok. “Deze hoge nauwkeurigheid stelt ons voor het eerst in staat om de snelheid van het koolmonoxidegas met behulp van het dopplereffect te bepalen.”