Superzware zwarte gaten helpen een handje mee bij het ontstaan van zware sterren. Tot die conclusie komen de Groningse astronomen Seyit Hocuk en Marco Spaans na berekeningen te hebben uitgevoerd op krachtige supercomputers. Hun conclusie is in strijd met de gangbare theorie dat superzware gaten de vorming van sterren in de weg zitten.

De astronomen maakten berekeningen van enorme gaswolken waarin wel honderden sterren ontstaan. Deze wolken staan dicht bij superzware zwarte gaten. Deze gaten produceren röntgenstraling. Uit de berekeningen van de onderzoekers blijkt dat die röntgenstraling de vorming van zware sterren (dan hebben we het over sterren die vier keer zo zwaar zijn als onze zon) bevordert.

De zwarte gaten in het midden van sterrenstelsels trekken materie uit hun omgeving aan. Die materie wordt door wrijving enorm warm. Zo ontstaat röntgenstraling. Deze straling dringt diep door in de gaswolken, waaruit sterren ontstaan. De straling zorgt voor zeer efficiënte verhitting van al het interstellaire gas dat in een baan rond het zwarte gat draait. Hierdoor loopt de druk van het gas sterk op, waarna de gaswolken fragmenteren en condenseren tot zware sterren.

De berekeningen van Hocuk en Spaans kunnen alles op zijn kop zetten. Wetenschappers dachten altijd dat zwarte gaten gaswolken uit elkaar trokken, waardoor sterren niet worden geboren. Nu blijkt het tegendeel.

De simulaties zijn gedaan op de supercomputer ‘Gemini’ van het Kapteyn Instituut (RuG) en op de nationale supercomputer ‘Huygens’ bij SARA in Amsterdam. De berekeningen op deze machines, die vele CPU’s bevatten, duurden respectievelijk 50,000 en 5,000 CPU-uren, zo’n zes weken in ‘normale’ tijd.