Charles Darwin ging ervan uit dat competitie de grote drijfveer achter de evolutie is. Alleen de best aangepasten overleefden. Maar is dat wel zo? Een nieuw onderzoek doet die discussie opleven. Engelse wetenschappers beweren namelijk dat niet de competitie, maar vooral de grootte van de leefruimte bepaalt of dieren het redden of niet.

De wetenschappers bestudeerden fossielen uit de afgelopen vierhonderd miljoen jaar. Ze richtten zich vooral op de landdieren: amfibieën, reptielen, zoogdieren en vogels. Ze toonden aan dat er een verband was tussen de biodiversiteit en de beschikbaarheid van leefruimte.

Eisen
De leefruimte wordt door biologen ook wel de ecologische niche genoemd. Deze niche moet als een dier hier wil overleven aan alle eisen voldoen. Er moet bijvoorbeeld voldoende voedsel zijn en een goed klimaat.

Vleugels
De onderzoekers concluderen dat echte grote evolutionaire veranderingen pas optreden wanneer dieren een leeg gebied betrekken. Neem bijvoorbeeld de vogel. Toen deze door de evolutie vleugels kreeg, ging er een wereld voor het dier open. De vogel kon in bomen gaan leven bijvoorbeeld. De ecologische niche van het dier werd groter en daarop volgde een evolutionaire uitbarsting: er kwamen steeds meer vogels en steeds meer soorten.

Dino
Het uitsterven van de dinosaurussen gaf de zoogdieren op hun beurt meer ruimte. “Competitie speelt geen grote rol in het totale patroon van de evolutie,” legt onderzoeker Mike Benton uit. “De zoogdieren leefden zestig miljoen jaar naast de dinosaurussen, maar waren niet in staat om daarmee de competitie aan te gaan. Maar toen de dinosaurussen uitstierven, vulden de zoogdieren deze lege niches snel op en vandaag de dag domineren ze het land.”

Professor Stephen Stearns is een evolutionair bioloog en noemt het idee “interessant, maar de interpretatie problematisch”. Volgens hem is het waar dat dieren zich beter kunnen ontwikkelen wanneer ze in een nieuw gebied komen waar ze de ruimte hebben. Maar waarom gaan ze naar dat nieuwe gebied toe? “Om de competitie met de soorten die in het andere gebied leefden te ontvluchten.” En dus lijkt Darwin in deze interpretatie weer aan het langste eind te trekken.