Robots en machines die met elkaar het gevecht aan gaan in dienst van de mensheid. Dat lijkt sci-fi materiaal. Maar het is een realiteit die onvermijdbaar nadert.

Robots die kunnen schieten, onbemande vliegtuigen die doelen kunnen aanvallen. Hoe dichtbij is de mens bij een strijd, die vol-automatisch wordt gevoerd? “Als je me vraagt of we morgen robots hebben, die zelf de beslissing kunnen nemen of zij moeten vuren en waarop ze moeten vuren, zeg ik: ‘Nee.’ Maar er is wel veel mogelijk”, aldus professor dr. Koen Hindriks in Kunstmatige Intelligent aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Hij houdt zich vooral, zoals hij het zelf zegt, bezig met sociale robotica, de aardige robots, in plaats van killer robots. De ontwikkeling van zogenaamde killer robots hikt tegen nogal wat problemen aan. “Het is niet de bouw van de robot zelf, die kun je bij wijze van spreken zo uit de doos kopen en opbouwen. Een robot op een oppervlakte, die met een machinegeweer op alles schiet, dat beweegt: dat valt eenvoudig te realiseren.”

Robots met machinegeweren
“Het gaat voornamelijk om de software. De artificial intelligence waarmee een robot zelfstandige beslissingen maakt, zonder dat een soldaat hoeft mee te kijken, daar zijn we nog niet. De robot zou dan heel gericht het juiste doel moeten kunnen raken en dat ook autonoom kunnen doen. Dat vergt een mate van target selectie van de robot, die nog niet gewaarborgd is. Gaan we daar ook komen? Technisch zal dat ooit mogelijk zijn, maar of we dat gaan willen, is nog maar de vraag. Mensen moeten wel mee kunnen kijken en de keuzes kunnen blijven maken. Het is ook een tamelijk doelloze exercitie om legers van robots tegen elkaar in te zetten. Ik kan me wel voorstellen dat er staten zijn in de wereld waar de defensie zich bezig houdt met het onderzoek naar dergelijke systemen. Landen zullen dat meer of minder transparant doen. Nederland gebruikt drones bijvoorbeeld voor surveillance, maar niet als aanvalswapen. De VS en Israël zetten drone-technologie ook in in als aanvalswapen.”


Remotely Piloted Aircraft System
Ook wetenschappers bij de Nederlandse defensie houden zich bezig met wapentechnologie die onbemand en autonoom is. Professor dr. ir. Mark Voskuijl is hoogleraar Wapen- en Luchtvaartsystemen aan de Faculteit Militaire Wetenschappen van de Nederlandse Defensie Academie. Hij geeft aan dat hierin altijd sprake is van een spanningsveld. “De vraag is: hoe autonoom wil je het hebben? Welke mate van zelfstandigheid is gewenst? We moeten zelf beslissingen kunnen maken. We doen onderzoek in swarming, het concept dat onbemande systemen kunnen samenwerken, zowel in de lucht, aan land als op zee. Dat is echter nog niet operatief.”

“We gebruiken zelf ook onbemande vliegtuigen om inlichtingen te verzamelen op een veilige manier”

Aan de ontwikkeling en onderzoek naar onbemand materieel ontkomt het Nederlandse leger niet. “We gebruiken zelf ook onbemande vliegtuigen om inlichtingen te verzamelen op een veilige manier. Zo’n vliegtuig is dan onbemand, maar niet autonoom. Je spreekt dan van een Remotely Piloted Aircraft System, RPAS. De vlieger en sensoroperator zitten ergens veilig op een basis in het thuisland het vliegtuig aan te sturen vanuit een ground control station. De MQ-9 reapers die we volgend jaar krijgen, vallen daar ook onder. Dat is dus geen materiaal dat zelfstandig beslissingen neemt, maar wordt aangestuurd vanuit een veilige locatie.”

Zorgwekkend: de dreiging van onbemande wapens
“Er zijn dan ook verschillende levels of interoperability en autonomie en we onderzoeken dit in samenwerking met onder meer TNO. Een andere niveau is dat het vliegtuig data vergaart van belang, zoals foto’s en andere inlichtingen en dat doorzendt naar de bestuurders op veilige locatie,” verklaart Voskuijl, die erop wijst dat stil zitten geen optie is als het gaat om de ontwikkeling van onbemande en autonome systemen. “Persoonlijk vind ik het een ontzettend zorgwekkende ontwikkeling: die inzet van onbemande vliegtuigjes, waarmee steeds meer mogelijk is. Vorig jaar zijn er dergelijke toestellen Saoedi-Arabische raffinaderijen ingevlogen. Die vliegtuigjes hadden een spanwijdte van 4,5 meter en hadden ieder zo’n 18 kilo aan explosieven bij zich aan boord. Als daar een stuk of tien van in een raffinaderij worden ingevlogen, is de schade enorm. Doordat drones klein zijn, hebben ze ook een kleinere radarsignatuur dan gewone vliegtuigen. Daarnaast vliegen ze laag. Conventionele radarsystemen zijn hier niet op voorbereid.”


Goedkope wapentechnologie voor de kwaadwillenden
“Daarbij is die techniek tamelijk goedkoop. Beetje vliegtuigingenieur kan zo’n ding in afzienbare tijd ontwikkelen en bouwen. Voor 1000 euro bestel je de motor uit China en dan heb je zo’n wapen voor 10.000 tot 20.000 euro in totaal. Een machtig wapen. Heel kleine onbemande vliegtuigjes kunnen gewoon in de speelgoedwinkel gekocht worden, Als iemand daar een granaat onder hangt en ze richting een concert of voetbalstadion vliegt… Verdedigingsmateriaal is in verhouding vrij duur, je hebt dan al snel een aardige discrepantie tussen aanval en verdediging. Een patriot-raket heeft al snel een prijskaartje van meer dan een miljoen per lancering. We hebben dus verdedigingssystemen nodig, die ook onbemand en kosten-effectief zijn.”

“Dat gebruik van onbemande systemen is een dreiging die we serieus moeten nemen en onderzoeken. Hoe wapen je je daartegen?”

Overigens gaat Defensie daarbij niet onmiddellijk uit van militaire acties. “Er hoeft geen sprake te zijn van kwade opzet. Vader en zoon die met drones spelen, maar op die manier wel een luchthaven onbedoeld een half uurtje plat leggen: dat kost zo een half miljoen en ook daar moeten we ons tegen kunnen wapenen. Dat kan uiteraard ook met regelgeving en voorlichting.” Met slechts wijze woorden echter, wordt het lastig optreden tegen kwader willende organisaties en individuen. Dan komt technologisch onderzoek toch weer om de hoek kijken, meent Voskuijl. “Dat gebruik van onbemande systemen is een dreiging die we serieus moeten nemen en onderzoeken. Hoe wapen je je daartegen? Om een voorbeeld te geven: je kunt een stil plekje opzoeken over de grens in Duitsland en daar wat vliegtuigjes richting Rotterdamse Haven zetten met explosieven aan boord. Qua afstand halen die vliegtuigjes dat makkelijk en zoals gezegd is het technisch en financieel ook geen groot probleem. Je zit dan natuurlijk nog wel met de beschikbaarheid van een groot aantal explosieven en de aansturing van zo’n vliegtuig, dus super eenvoudig is het nu ook weer niet, maar eenvoudig genoeg om een reële dreiging te vormen.”

In de verdediging met jamming & spoofing
Afgezien van preventie, maakt Defensie ook gebruik van detectie, classificatie en uiteraard tenslotte neutralisatie van onbemande vliegsystemen. Jamming en spoofing is een belangrijk onderdeel van neutralisatie. “Jamming is het verstoren van de signalen van onbemande voertuigjes. Satellieten zenden zwakke signalen uit, op basis waarvan, een drone zijn positie kan bepalen. Een dergelijk zwak signaal is te verstoren met een sterker signaal. Het is ook mogelijk om het radio frequency-signaal te verstoren, waarmee de drone bestuurd wordt. Spoofing gaat verder, dan verstoor je niet alleen de signalen van het systeem, maar geef je het ook eigen signalen door. Je verstuurt in feite een vals signaal naar het systeem. Stel je voor, je past dat toe op de GPS van zo’n systeem, dan kun je het systeem in de war maken over de locatie waar het zich bevindt. Het systeem denkt dat het op locatie A is, terwijl het zich in werkelijkheid op locatie B bevindt,” legt Voskuijl uit. Jamming en spoofing lijken weinig agressief, maar ook dit zijn gevaarlijke wapens in de verkeerde handen. “Als een schip langs de grenzen van internationale wateren vaart en de GPS raakt verstoord, waardoor het schip de onwelkome grenzen van een bepaald land binnen vaart, heb je zo een internationaal conflict te pakken. Het grote gevaar zit ‘m er dan in dat een schip vertrouwt op de plaatsbepaling door middel van GPS en dat dit niet klopt. Er zijn overigens ook andere methoden voor plaatsbepaling als een schip geen GPS meer heeft.”

Overigens kan Defensie moderne technologie ook op een ander niveau inzetten, verklaart Voskuijl: “Dan heb je het over het daadwerkelijk uit de lucht schieten van een dreiging met een ander onbemand systeem. Een hard kill, noemen we dat. Maar dat ga je niet doen boven een stad of een voetbalstadion. Dan heb je softere maatregelen nodig, zoals uitschakelen met een laser of met materiaal, dat bijvoorbeeld een net kan uitgooien over de dreiging en het daarmee onschadelijk maken We werken aan een heel scala van mogelijkheden binnen dit onderzoek.”

De technologische ontwikkeling van wapens en het onderzoek hierin, blijft in de toekomst dan ook van belang. De techno-race tussen onderzoekers, staten en minder officiële partijen is nog niet gelopen en zal ook in de toekomst nauwlettend worden gevolgd.