Als de enorme dinosaurus het op een rennen zette, braken de botten in zijn poten.

Dat stellen onderzoekers van de universiteit van Manchester. Ze baseren zich op computermodellen waarmee ze verschillende bewegingen van de T. rex simuleerden en keken welk effect deze hadden op het skelet van de dinosaurus.

Te groot en te zwaar
Het onderzoek wijst uit dat T. rex niet kon rennen. Gezien zijn omvang en gewicht was de druk die op het skelet kwam te staan op het moment dat T. rex een sprintje trok simpelweg te groot. Het resultaat: de botten in de poten zouden tijdens een sprintje breken.

Eerder onderzoek
De resultaten staan haaks op die van eerdere studies die suggereerden dat T. rex snelheden tot wel 72 kilometer per uur kon behalen. Tijdens die studies werd echter alleen gekeken naar de bewegingen die de T. rex kon maken en niet naar de druk die daarbij op het skelet kwam te staan. “Onze eerdere simulaties van een rennende tweebenige dinosaurus hielden niet direct rekening met de druk op het skelet, maar deze nieuwe simulaties berekenen alle krachten in de botten en kunnen gebruikt worden om de druk die op het bot stond tijdens de impact (het moment dat het bot de grond raakte, red.) te berekenen.”

Het nieuwe onderzoek verandert het beeld dat we van T. rex hebben, radicaal. Het was blijkbaar geen snel roofdier dat zijn prooi achtervolgde. T. rex kon immers alleen maar wandelen. En datzelfde gold waarschijnlijk voor andere grote tweebenige dino’s zoals Giganotosaurus, Mapusaurus en Acrocanthosaurus, zo stellen de onderzoekers. Overigens beperken de resultaten van dit onderzoek zich tot de volwassen dinosaurussen van genoemde soorten. Mogelijk konden de jongere – en dus kleinere en lichtere – dino’s wel ietsje harder lopen zonder dat ze daarbij hun botten braken.