t. rex

De onder- en bovenkaak van de vleesetende dinosaurus konden een hoek van negentig graden vormen, zo blijkt uit nieuw onderzoek.

Tot die conclusie komen Britse onderzoekers nadat ze drie verschillende dinosaurussen bestudeerden. Ze richtten zich op de Tyrannosaurus rex, de beroemde dinosaurus met tanden die tot wel vijftien centimeter lang konden worden, de Allosaurus fragilis, ook een vleesetende, maar wat ranker gebouwde dinosaurus en de Erlikosaurus andrewsi, een nauw aan deze dinosaurussen verwante soort die echter geen vlees, maar planten at.

Bovenaan zie je hoe ver de kaak zich opende als de spieren optimaal strekken. Onderaan zie je hoe ver de kaak open kan als de spieren zich maximaal strekken. Afbeelding: Stephan Lautenschlager.

Bovenaan zie je hoe ver de kaak zich opende als de spieren optimaal strekken. Onderaan zie je hoe ver de kaak open kan als de spieren zich maximaal strekken. Afbeelding: Stephan Lautenschlager.

Simulatie
Met behulp van computermodellen simuleerden de onderzoekers de wijze waarop de dinosaurussen hun kaken openden en sloten. Tijdens die simulaties keken ze hoe de lengte van de spieren in de kaken van de dinosaurussen veranderden. Ook vergeleken de onderzoekers de dinosaurussoorten met nog levende familieleden zoals krokodillen en vogels, waarvan we exact weten hoe ver ze hun bek open kunnen doen.

Resultaten
Uit het onderzoek blijkt dat de vleesetende Tyrannosaurus en Allosaurus in staat waren om hun bek heel wijd open te doen (tot wel negentig graden). Terwijl de plantenetende Erlikosaurus zijn bek een stuk minder wijd open kon doen (rond de 45 graden). “We weten van levende dieren dat vleeseters doorgaans in staat zijn om hun bek verder open te doen dan planteneters,” vertelt onderzoeker Stephan Lautenschlager. “En het is interessant om te zien dat dit ook het geval blijkt te zijn voor theropode dinosaurussen.”

Het wijst erop dat er een nauw verband is tussen het voedsel dat dinosaurussen het liefst aten en hoe ver ze in staat waren om hun bek open te doen. “Alle spieren, waaronder de spieren die gebruikt worden om de mond te openen en te sluiten, kunnen zich maar beperkt strekken voor ze scheuren. Dit beperkt hoe wijd een dier zijn kaken kan openen en dus hoe en wat het dier eet.”