De eerste woorden werden gesproken in het zuidelijke deel van Afrika en vervolgens van daaruit over de wereld verspreid, zo blijkt.

Wetenschapper Quentin Atkinson stelt dat na een uitgebreid onderzoek waarin hij de diversiteit van meer dan vijfhonderd talen onder de loep nam. Hij richtte zich – met behulp van de computer – vooral op de diversiteit in klanken.

Diversiteit
Hoe meer mensen een taal spreken, hoe meer diversiteit er in klanken is. Afrika bleek de grootste diversiteit te hebben. Zuid-Amerika en Oceanië de kleinste. Dit is in lijn met de genen. Uit andere onderzoeken is gebleken dat in Afrika de meeste genetische diversiteit te vinden is.

Genen
Dat is ergens logisch: de eerste mensen leefden in grote en diverse groepen in Afrika. Na verloop van tijd vertrokken kleine groepjes mensen uit Afrika naar bijvoorbeeld Europa. Zo’n klein groepje bracht kinderen ter wereld die enkel weer kinderen op de wereld konden zetten door een partner uit de kleine groep te kiezen. De genetische diversiteit werd daardoor kleiner.

Talen
Zo was het ook met de talen, zo beweert Atkinson. De kleinere groepjes kregen een taal die minder divers was. Klanken die in het zuiden van Afrika volop gesproken werden, werden vergeten. Dat is in lijn met de resultaten van de analyse van de diversiteit van de honderden talen.

“Eén van de grote vraagstukken is of er één bron van taal was of dat het parallel aan elkaar op verschillende locaties ontstond,” vertelt Atkinson. “Dit (onderzoek, red.) suggereert dat er één grote oorsprong was: in Afrika.”