De wilde tabaksplant heeft een probleem. Zijn bloemen openen zich elke nacht om – met een beetje hulp van de pijlstaartvlinder – bestuiving mogelijk te maken. De vlinder krijgt er een zoete beloning voor terug. Maar de pijlstaart vindt het zo prettig, dat deze eitjes in de bloem legt. Hier komen rupsjes uit en die eten de bladeren van de plant op. En nu?

De bestuiving moet doorgaan, want anders sterft de plant uit. Maar bestuiving maakt de tabaksplant wel heel erg kwetsbaar, omdat de rupsen gewoon dooreten. Bioloog Ian Baldwin en collega’s keken toe hoe de tabaksplant dit dilemma zelf oploste. Gestimuleerd door de afscheidingen die de kauwende rupsen achterlieten, gooide de tabaksplant zijn hele levensschema om. Voortaan gingen de bloemen niet meer ’s nachts, maar ’s ochtends open. Hierdoor veranderde de vorm van de bloem en ging een aantal lokstoffen verloren, maar werd ook het pijlstaartprobleem opgelost. De pijlstaartvlinder is namelijk een nachtdier.

Het duurde niet lang of de tabaksplant werd al weer vlijtig geholpen bij de bestuiving. Dit keer zette de kolibirie zich in. Het vogeltje neemt genoegen met de zoete nectar en legt de eitjes ergens anders. Probleem opgelost!

Grote vraag is waarom de tabaksplant er oorspronkelijk voor koos om de bloemen ’s avonds te openen. Het was logischer geweest als de plant het direct goed zou doen. Baldwin weet het niet zeker, maar het is mogelijk dat de pijlstaart – ondanks zijn irritante gewoontes – toch beter helpt bij de bestuiving dan de kolibrie.

De tabaksplant is staat is om zich effectief te verdedigen. De kans is aanwezig dat alle planten over dit verdedingsmechanisme beschikken. Vaststaat dat een bloem zich vlot kan aanpassen als de bestuiving in het geding is.