De vis – die supersnel geëvolueerd is – leeft in grotten in het zuiden van Duitsland.

Amateur-duiker Joachim Kreiselmaier spotte de vis voor het eerst in augustus 2015. De duiker verkende toen de diepste delen van het Danube-Aach Systeem. Dit grottensysteem bevindt zich in het zuiden van Duitsland en kan alleen onder zeer droge weersomstandigheden in de zomer en herfst bezocht worden. Terwijl Kreiselmaier in de grotten aan het duiken was, viel zijn oog op een wel heel bijzondere vis. Hij maakte er enkele foto’s van en stuurde ze naar amateur-geoloog Roland Berka, die weer contact zocht met een onderzoeker aan de universiteit van Konstanz.

Nieuwe soort
In november 2015 keerde Kreiselmaier terug naar de grot en bracht een visje mee naar boven. In het jaar erop haalde hij nog eens vier vissen uit de grot. Het stelde onderzoekers in staat om de vis in het echt en gedetailleerd te bestuderen. Het resulteert in dit onderzoekspaper waarin de wetenschappers concluderen dat het om Europa’s eerste grotvis gaat!

Je ziet hier één van de grotvissen die duiker Joachim Kreiselmaier in het grottensysteem aantrof. Op de foto zie je een mannetje dat ongeveer 8,5 centimeter lang is. Afbeelding: Jasminca Behrmann-Godel.

Anders dan ‘gewone’ vissen
De vis onderscheidt zich duidelijk van ‘gewone’ vissen die veel dichter aan het oppervlak leven. Zo heeft deze kleinere ogen die bijna geen kleur hebben. Ook heeft de grotvis grotere neusgaten dan vissen die aan het oppervlak leven en lange snorhaar-achtige draden op de kop. Bovendien is de grotvis genetisch heel anders dan ‘gewone’ vissen. Het zijn dus geen afgedwaalde vissen die op de één of andere manier in de grot terecht zijn gekomen en er daar het beste van proberen te maken, maar “zij volgen een unieke koers richting een leven in de grot”, zo schrijven de onderzoekers in hun paper.

De vis moet ontzettend snel geëvolueerd zijn, zo stellen de onderzoekers. Tot zo’n 20.000 jaar geleden was er in het grottensysteem waar de vis is teruggevonden geen plaats voor hem. “Pas toen de gletsjers zich terugtrokken werd het systeem een geschikt leefgebied voor de vis,” legt onderzoeker Arne Nolte uit. De vis heeft zich vervolgens aangepast aan dit nieuwe leefgebied en gaandeweg steeds meer eigenschappen gekregen die in een grot van pas kwamen. De ontdekking laat zien dat soorten zich heel snel aan een ondergronds leefgebied kunnen aanpassen: binnen enkele duizenden jaren.